Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

INLEIDING.

Het zijn geen theologen van naam, die thans ons bezig houden — eenvoudige lieden, kinderen des volks.

Stoffel Muller, hun leider, was een schipper; Maria Leer, hun profetes, een „gewone" vrouw.

Wie kende hunne godsdienstig-communistische broederschap ; wie lette op hunnen kleinen kring in die woelige jaren van de eerste helft der vorige eeuw?

Waar de mannen van het Réveil ten tooneele traden, geleerden nieuwe theologische systemen bouwden, heel de kerk deelnam aan den strijd over Kerkelijke organisatie en leerbepaling — wie dacht aan hen ?

Hun werken valt in de jaren 1816—1840, jaren van woeling op staatkundig en kerkelijk gebied, en de Broederschap, die zij stichtten, was reeds verdwenen, voor men rustig tijd kreeg om op hen te letten.

Toch .... ook zij hebben gewerkt op hunne wijze: geestelijk leven wekkend in den geesteloozen tijd; boetprofeten tegen den afval van het Evangelie, zooals zij dat verstonden; predikend een hoog ideaal: een imitatio Christi, verwezenlijkt in het leven.

Zij zochten naar voedsel voor hun geestelijk leven en eischten gehoorzaamheid aan de levensregelen door Jezus gesteld.

Zoo vereenigden zij zich op enkele plaatsen tot grootere of kleinere afdeelingen als groote huisgezinnen, ijverig werkend, liefderijk helpend, overal predikend en elkander opbouwend in dagelijksche, huiselijke godsdienstoefeningen.

Hunne Broederschap was een gesloten geheel, los van elke kerk, ja — zooveel mogelijk — los van den Staat.

Zij sloten hunne huwelijken voor de Broederschap, zonder rekening te houden met een ambtenaar van den Burgerlijken Stand. De geboorten hunner kinderen gaven zij niet aan, deels uit min-

Sluiten