Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hand in bij het hoofddeel: «De waarheid van Gods vrijmagt», dat blijkens den titel het werk van Muller is.

Ik kies partij voor dit laatste. Dit geschrift werd door Muller opgesteld in de gevangenis te Gouda en, zoover wij weten, deelde Valk niet in die gevangenschap.

Later is dan Mullers verhandeling over «de waarheid van Gods vrijmagt», door Valk uitgebreid met opstellen van zijne hand.

Welke zijn dan die «opstellen» van Valk?

Allereerst reken 'k hiertoe de «Geloofsbelijdenis». Mr. Quack zegt: «Wellicht is dit stuk meer bepaald van de hand van Dirk Valk. Zooals men weet hechtte deze, meer nog dan Stoffel Muller en de anderen aan de wederkomst van Christus op aarde en aan de stichting van diens rijk ... en in deze geloofsbelijdenis wordt dit punt vollediger dan elders behandeld».^)

Op dezen grond is 't zeker wel aannemelijk, dat Valk de steller is van die Geloofsbelijdenis; maar ik ga nog verder. Het meergenoemde „Appel" is van hem, hij is de laatste der onderteekenaars en hij was als gewezen schout zeker wel het best bekwaam tot het opstellen van een dergelijke ..memorie", ja, ik zou het geheele „Bijvoegsel" als zijn werk willen beschouwen. Het „omstandige" van die verhalen en de onmiskenbare processtijl wijzen naar hem heen. Ook op verwantschap van dit „Bijvoegsel" met nog aanwezige brieven van Valk, zal ik in het vervolg een enkele maal kunnen wijzen.

Maar we hebben misschien reeds te lang stilgestaan bij dit manuscript. Enkele jaren geleden is een rijke voorraad handschriften en brieven gevonden in de nalatenschap van Valk. Enkele handschriften hehben we reeds genoemd onder de geschriften van Muller. Ze berusten nu op de Bibliotheek der Doopsgez. Gemeente te Amsterdam.

We vinden hier n.1. 4 folio-schrijfboeken met copiecn van brieven aan of door de Mijdrechtsche afdeeling geschreven. Ter onderscheiding en bij het citeeren wil 'k ze noemen: „Copieboek A,

A heeft tot opschrift „Eenige brieven enz. betrekkelijk de zaak van Maria Leer c.s. aangaande de algemeenheid der vrouwen." Hierin is eerst eene Inleiding tot uiteenzetting van de aanhangige (l) Quack t. a. p. overdruk blz. 37.

Sluiten