Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bracht.(') Met het stuk roggebrood in de opgeheven hand, riep Maria tot het samengestroomde volk: ,,Ziet, hoe waarachtig en getrouw God voor Zijn volk is; ziet, hoe mijne vijanden mij zelf moeten spijzigen."

De cipier bracht haar in een vertrek bij nog zeven andere gevangenen, terwijl hij zeide : „Hier breng ik je bij nog wat Engelen" — en, haar met een duw naar binnen schuivende, smeet hij de

deur achter haar dicht.

Op de tafel lag een Bijbel. Maria ging er op af, vouwde de handen en dankte God, dat zij dien schat van waarheid hier in

de duisternis mocht vinden.

„Gods liefde", zoo sprak zij tot hare medegevangenen „had haar hier te zamen gebracht om haar allen aan zich zelve te openbaren."

Zij sloeg den Bijbel open, en las de tien geboden voor; „ieder zou voor zichzelve wel welen, tegen welke geboden zij gezondigd had. Toch had God haar allen lief; in datzelfde boek, waaruitzij die wet haar had voorgelezen, stond ook Jezus bemoedigend woord : „Uwe zonden zijn u vergeven, ga heen en zondig niet meer.

De indruk, dien Maria's woorden op de vrouwen maakten, beantwoordde niet aan hare verwachting. Ze meenden met een krankzinnige te doen te hebben. Later werd het beter en er ging kracht ten goede uit van Maria's eenvoudige evangelieprediking.

Natuurlijk kon men haar niet gevangen houden, ze was alleen als zwerfster opgepakt - en daar de berichten uit Amsterdam haar niets ten laste legden, zou zij naar hare woonplaats worden teruggebracht en dan op vrije voeten worden gesteld.

We willen haar nog een oogenblik op de reis volgen, om te zien, hoe onbeschroomd die eenvoudige vrouw toch elke gelegenheid aangreep om van haar geloof getuigenis af te leggen.

Buiten de „Blauwpoort" lag de marktschuit naar Rotterdam.

„Wel, man 1" — zoo sprak Maria tot den begeleidenden „diender"

„jelui schijnt hier wel alles blauw te hieten; als God Zijn licht

nog" eens in je ziel laat schijnen, zul je daar altijd een blauwen en helderen hemel zien, zooals ik; bid daar maar om!

Te Rotterdam zou men overnachten. Ze werd daar geplaatst in een allerakeligst dompig vertrek met nog zestien andere gevangenen.

(») Het ,Blauwhuis'' te Dordrecht was in die jaren krankzinnigengesticht en tevens huis van bewaring voor lichte gevangenen

Het ontleende zijn naam aan de blauwe kleedmg der weezen, want ook als weezengesticht was het eertijds in gebruik geweest.

Sluiten