Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dorstig en vermoeid, vroeg ze, of er geen water was; men wees haar een ledige kruik ; ze hadden zelf al om water gevraagd, maar niets, zelfs geen antwoord, ontvangen. Dat was iets ongehoords ! Ze nam de kruik en hield niet op er mee op de deur te kloppen. Eindelijk kwam de cipier door het spieluikje gluren en vragen, wat er te doen was : „Man,' zei ze, „je schijnt wel harder van gehoor dan de rots, waarop Mozes maar eens had te kloppen om zijn heele volk te laven; geef ons toch water.

„Jelui hebt", klonk zijn antwoord, „van ochtend je portie gehad, en als je het verroekeloost, dan wacht je maar tot morgen.'

Maria ging vlak voor het tralieluik staan, haar glinsterende oogen staarden hem onversaagd in het gezicht: „Stug mensch 't zal je op den Oordeelsdag nog vergaan als dien rijke, die Lazarus nog geen droppel van zijn overvloed gunde !"

Er kwam water — allen schoten er op toe — maar Maria stond er triumfantelijk bij en sprak er eerst een zegenbede over uit: ,,Dit water was het beeld van het levend water, dat God in hunne harten wilde uitstorten."

Ziek kwam Maria in Amsterdam aan, maar, toen zij na vier weken het gasthuis mocht verlaten, werd zij op vrije voeten gesteld. Vurig verlangend om te weten, wat er van haar man en de plannen te Puttershoek geworden was, ging ze naar Waddingsveen en vond daar Stoffel ten huize van Dirk Valk. ,,'t Was in het dorp en bepaaldelijk bij Valk aan huis, in woeligheid erg toegenomen. De dweepzieke toepassing der nieuwe leer vermeerderde de ergernis van de dorpsgenooten bij den dag. Arie Goud had zich op de zonderlingste wijze tot handhaver van tucht en oud-christelijken eenvoud opgeworpen. Al wat naar weelde of schoonheid zweemde, moest verwijderd worden; hij schopte de matten van den vloer, rolde de gordijnen voor de ramen op, keerde spiegel en schilderijen ten achterste voren, opdat vervuld zou worden, wat geschreven stond: „in plaats van specerij en stank". (')

Kort na de komst van Maria begon de overheid er zich wederom mee te bemoeien. Op een middag kwam een veldwachter hen aanzeggen, dat allen, die niet tot het huisgezin van Valk behoorden, zich moesten verwijderen. Toen Muller en Maria, benevens Arie Goud en zijne vrouw, daaraan niet voldeden, werden zij in hechtenis genomen en naar Gouda getransporteerd. Na 8 dagen werden ze (') Anagr. t. a. p. blz. 57.

Sluiten