Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In Maria's hart ging een juichtoon op bij het vernemen, dat het eerste vonnis der Dordsche rechtbank vernietigd werd en het tweede vonnis in zooverre gewijzigd werd, dat aan Valk, Stoffel Muller en Maria Leer elk één jaar gevangenisstraf werd opgelegd. Schout Valk zou binnen Leiden, Muller te Rotterdam en Maria binnen Delft haar straf ondergaan. Zoo zou het licht der waarheid in drie tuchthuizen op den kandelaar komen te staan." (')

Voorwaar geen alledaagsche processen ! Terecht zegt Mr. Ouack .

„Het anders vulgaire en banale incident der aanhouding van lieden, die men van landlooperij verdenkt, krijgt door de ideëen, welke'die zoogenaamde vagebonden vertegenwoordigen, een ongewoon en diep perspectief." (2)

Geen wonder, dat velen met meer dan gewone nieuwsgierigheid den loop van het rechtsgeding volgden. De Burgemeester van Dordrecht schreef op 6 Aug. aan den Gouverneur van Z. Holland: „een buitengewone menigte volks is op de been geweest... Gedurende de overbrenging [naar en van de rechtzaal] zongen de voormelde personen luidkeels psalmen en gezangen."

We geven ten slotte de reeds meermalen genoemde „Memorie", waarmede Valk hunne zaak blootlegde voor de Haagsche rechters. (3)

Copie van de Memorie of Getuigenis der waarheid, door S. Muller, 1). Valk, Maria Ucr, Ary Goud, Helena van der Gijp en Kaatje Bender, als appellanten aan de Kaden van 't Hoog Geregtshof, in 's Gravenbage, op den 20sten September 1S20 ingediend.

Aan de Raden van het Hoog Geregtshof in 'a Gravenhage.

In „aam van Hem, uit wien, door cn tot wien alle dingen zijn. Hem zij de heerlijkheid, magt en majesteit in alle eeuwigheid! Amen !

Vrede en Zaligheid aan hen, die dit lezen en de waarheid verstaan !

De wede ondergeteekende, Dirk Valk, gewezen Schout en Secretaris der Gemeente Waddingsvecn, gedurende January 1815 tot en met Maart 1817

'"üeeft bij deze te kennen, dat de almagtige God van hemel en aarde hem in den tijd, dat hy bovengem. functie waarnam, heeft believen te bekeeren van een naam-kristendom tot een dadelijk, of ander»: van een kind dea duivels tot een kind van den levenden God: en dat wel zóódanig, dat hjj door de goddelijke kracht is genoodzaakt geworden, om zjjii leven te moeten

(') Anagr. t. a. p. 68-70 verkort.

(i) Eerste dagen blz. 10.

PI Het stuk is reeds afgedrukt door Mr. Quack. Eerste dagen blz. 10-23. Ik geef het hier weer, zooals het in het handschrift van prof. Heringa voorkomt, zonder verbeteringen.

Sluiten