Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een strootje was voldoende om het twistvuur aan het branden te brengen. Bij zijn dagelijkschen rondgang zag Muller eens, dat de rijst voor het gemeenschappelijk middagmaal gewasschen werd; onder dit bedrijf spoelde er heel wat van weg, en toen hij hierop aanmerking maakte, kreeg hij ten antwoord : „Ja, broeder Stoffel, dat kan niet anders." — „Wel, wasch ze dan niet" was zijn wederwoord — ..Ongewasschen ? zoo kan jij ze eten, maar wij niet,"

Muller keerde zich tot Arie, die er bij stond: „Wat zeg jij er van broeder? is dat geen roekeloosheid? vindt je ook niet, dat de rijst best ongewasschen kan gebruikt worden ?" Arie gaf een ontwijkend antwoord; maar de twistappel werd opgevat, en 't zou in de algemeene bijeenkomst in omvraag worden gebracht: wie vóór en wie tegen het rijstwasschen waren!

Deze en dergelijke haspelarijen, waarbij hij vaak het onderspit moest delven, trok de oude man zich aan." (')

Een ander voorval in de Broederschap gaf den eerlijken Muller nog meer verdriet. Een der meest invloedrijke leden der broederschap gaf zijn verlangen te kennen, in het huwelijk te treden met eene zuster, die niet in de achting der leiders stond. Muller en Maria wilden hunne toestemming tot dit huwelijk niet geven, maar. .. het was de eenige weg om te ontkomen aan de schande, dat in de Broedergemeente onechte kinderen werden geboren.

Muller moest noodgedrongen zijne toestemming verleenen, maar besloot — zeker om niet zelve het huwelijk te moeten inzegenen — op reis te gaan.

Ze zouden met hun schip naar de Ruhr om steenkolen te halen. Op de reis werd Muller ziek, „de strakke trekken van het bleek gelaat duidden naast geestelijk ook lichamelijk lijden aan. Varik kwam in het gezicht eii Maria besloot voor die plaats het anker te laten vallen, nog weinig denkend, dat het voor haar man de vallei der eeuwige ruste stond te worden." (2)

Zij spraken met elkander over de toestanden in de broederschap. „Beklemd ademhalend, zeide Muller: „De zegepraal [der waarheid] zal in haar volheid wel voor de eeuwigheid bewaard blijven, waar wij elkander hopen weer te zien". Bij die laatste woorden zag hij Maria, als om instemming vragend, aan.

Het was een onderwerp, dat tusschen man en vrouw dikwijls besproken was en waarbij Maria zich steeds minder in de voor-

(') Anagr. t.a.p. blz. 94 en 95.

(') Anagr. t.a.p. blz. 96.

Sluiten