Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan Maria Leer, (ïroenewoud, onder Mijdrecht,

Weduwe Stoffel Muller, l>en 14 Maart 1834.

Zwyndrecht.

Ongelukkige, beklagenswaardige vrouw, weleer onze geliefde Zuster in den Heere, genade, Trede en blijdschap zjj allen die Jezus Christus in onverderfelykheid liefhebben, die niet naar den vleesche inaar naar den geest wandelen, van Hem. uit, door en tot wien alle dingen zijn. Amen!

Afgedwaalde Zuster! wat heeft uw toestand my niet een smart »eroorzaakt, naardat ik dien vernomen heb uit den mond van mijne geliefde Broeders en Zusters. Ik moet vragen, Hoe zyn de kostelijke kinderen Sions, de aarden Hesschen niet alleen zoo gelijk geworden, maar hoe is het mogelijk tot zoo eene dwaling te vervallen ?

Eer dat ik verder schrijf, bid ik u, met innerlijke ontferming alsof God door mjj bade, keer terug van deze uwe dwaling, ja, keer terug in den schoot der Gemeente Gods; doe belijdenis van uwen misstap voor God en zijn volk, en wacht van God en hen uwe bestemming. Ik herzeg, keer terug opdat onze roem. dien wy in Christus hebben, door uw gedrag, wanneer het voor de wereld kenbaar wordt, niet ganscheljjk worde te niet gedaan, en de Gemeente Gods, langs dien weg tot verwoesting komt. Wy houden het gezamenlijk daar voor. dat, wanneer wij door deze leering of daden in lyden komen, dat wy dan lyden om uwent wil als kwaaddoeners!...

De verhelling van uwen geest met uwen aanleg gepaard brengt u tot deze dwaling. Onze geliefde Zuster Mets heelt ons gezegd, dat ge zeidet dat gy in alle opzichten uw ligchaam wildet opofferen, ja zelfs dat gy eene begeerte had om bezwangerd te zyn, om daar door voor de wereld te kunnen optreden : ik beschouw u voor uitzinnig en vraag u in de liefde waartoe is deze opoffering noodig ? Wie of wat vordert die, en waartoe is die bevorderlijk 'i Waarom hebt gij in zoo eene allervreeselykste en gevaarlijke opoffering, de Gemeente Gods niet geraadpleegd? Hebt gij de kosten wel overrekend? Hebt gy in dezen wel een worstelaar met u zeiven geweest, om uwe natuur, die niet alleen een afkeer heeft van alle opofferingen, maar die volgens uwe Jaren byna eene walging moest hebben van het gebruik tusschen man en vrouw, als zijnde een ding, dat veel te laag is voor het ligchaam Christus, wiens ligchaam wy en Gy behoordet te zijn.

Ik vraag u dan nogmaals, hebt gy hier in tot den bloede toe gestreden, even als Jezus, toen hy zich in de handen van zynen Vader moest overgeven, toen lag Hy als een worm in het stof te kruipen, en wy lezen er van, dat Hem het zweet afdroop als groote druppelen bloeds 'i Hebt gij dit ook ondervonden ? Wie waren uwe wakers met u, of hebt gy dien stryd alleen volstreden ? Waart ge in dezen meerder dan Hy y My dunkt als gy terugge ziet, dat gy dan wel zult móeten zeggen, dat gij niets van dit alles hebt ondervonden Wel, wantrouw dau u lelfen, e;n laat af van uwe dwaling, eer gij tot erger voortgaat.'

Sluiten