Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar is immers geene opoffering oi verlochening dan, ja dan in datgene, waar tegen onze aardsche natuur strijdt of een afkeer van heeft, naar zjjnen aardschen aanleg; en bjj of met deze verlochening of opoffering gevoelt het vleesch of de aardsche natuurmensch geene tegenkanting, maar eene streeling.ja eene zelfsvoldoening. 0 gevaarlijke vrijheid die in het vleesch valt! Ik houde het voor opoffering het werk van onzen geliefden Broeders, dewelke in banden en onder de drukkingen der goddeloozen zijn, om der geregtigheidswille waarin en onder zij hunne ligchamen dan den ganschen tijd stellen tot een levende Gode welbehageljjke offerande.

Mijne ingewanden zyn in mij ontroerd, als ik den schok gevoel, die onze lijdende Broeders te verduren zullen hebben, wanneer ben uwe dwaling zal kenbaar worden Eensdeels wenschte ik wel dat het hun te kennen kon gegeven worden, opdat zy zich met ons in het gebed voor u konden vereenigen, anders wilde ik hen wel sparen, om rede deze kennis hunne banden en verdrukkingen nog meer doet klemmen.

Ik kan het ook niet anders beschouwen als eene dwaling in uw verstand, of gij zoudt mij op wisse gronden moeten aantoonen, dat gij niet meer dwalen kondt. Het tegendeel heb ik en wij allen die de eerstelingen met u geweest zijn ingezien. Ik wil u in de liefde bjj weinige herinneren. Ach! mogt God hier in mijn doel aan uwen geest heiligen, dan zoudt gij niet langer voor ons verloren zijn; mijne wel eertgds gelielde Zuster, gedenk toch, wien gij als eene hulp tegen hem over gediend hebt, en in welk eene orde gy door hem gestaan hebt, waaruit gij nu gevallen zijt. Om ü dan tot uw geluk te bepalen bjj uwe dwalingen onder ons midden bekend, gedenk dan aan uwe eerste zwangerheid, wat gjj ons wildet opdringen ; uw kind zou een mannelijk zaad zijn; God had u te kennen gegeven, Salomon moest zijn naam zijn; Gij zoudt zonder smart baren; uwe kinderen zouden minder zaden van ondeugd hebben dan andere Broeders en Zusters kinderen ; gij hadt alleen maar wijsheid om te bestuuren. Nu zijn er nog zoovele, huishoudelijke dwalingen in uw bestuur geweest, waar in gij veelal, ja meerendeels gehouden zyt, door onzen naar de leer gesproken, te vroeg ons afgestorven broeder uwen overwaardigen echtgenoot. Hoe zeer hadden wij allen en in inzonderheid gij zijn bestuur of liever zijne broederlpe omgang nodig! Och! hadt gij evenals hij met vreze de Gemeente Gods bestuurd en geleid, wijl het zoo een gewigtig werk was !

Hadt gij wat meer zusterlijk met mjj omgegaan in nederigheid, maar gjj hebt u zeiven altoos meerder geschat, en daardoor hebt gij verkoerde uitgangen gehad, om andere onzer, gelijk eene zuster Hubner, op mijne plaats te stellen, waar mede gij gedwaald hebt. Ik zeg u dit niet als of het anders had moeten wezen; neen, ik houde het er voor, dat mijn hemelsche Vader zulks voor mij nodig heeft gehad, en dat zijn weg voor mij aanbiddelijk is. maar ik kan dwalingen toch geen wijsheid noemen. Nog meer dwalingen zijn mij en meer van ons in u kennelijk of openbaar geweest, namelijk deze, wanneer gij, bij voorb , van daag iets zeidet. dan ontkendet gjj dit, wanneer wij u een tjjd daarna daar van onderhielden, dan zeidet gjj zulks nooit gezegd te

Sluiten