Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

melden, lly heeft met zijn gezegde aan broeder van der kraan aan den dag gelegd, dat hy in zijne vrijheid niet vaat staat, wijl hy bekend heeft tegen heui dat hjj zijn werk voor wellust hield meer dan Goddelijk. Hy staat of valt dan met u, geiyk in zijn gezegde aan broeder van den Broek is openbaar geworden, namelyk. dat hy zuster Mietje meer dan ooit tot zyn hoofd had aangenomen. Ik bid hem, laat hem die gestalte eens biddende onderzoeken, waar hem dat wel uit voortvloeit; het zoude heeriyker en minder gevaarlijk Voor hem hebben geweest, als gü hem in zynen lust hadt afgewend en tegengestaan, om u dan meerder dan ooit tot zyn hoofd aan te nemen, met en in het geloof dat gy zyn geluk en heil zocht. Ik heb thans aDders niets voor hem, dan dat hy dat eens naziet. De Apostel zegt, onderzoek u zeiven naauw, ja naauw; dit wil ik dan om der liefde wille, dat hy ook zal doen; ik wil intusschen voor hem. evenals voor u blyven bidden, doch ik zeg u, ongelukkige afgedwaalde zuster, gü zyt zijn val of zijne

°'13tanding' Als voren.

Het zal altijd moeilijk blijven, te beoordeelen in hoeverre Maria de waarheid sprak, als zij godsdienstige motieven aanvoerde voor haar „leerstuk". Of moest de leer hier de practijk verdedigen? Hebben we in haar de moderne hierodule of een schandelijke bedriegster op godsdienstig gebied.

Eigenaardig is die bekentenis van Maria s medeplichtige, „dat hij zijn werk voor wellust hield, meer dan goddelijk .

Krachtig is ook Valk'? protest — flink is zijne bestrijding van Maria's dwaalbegrippen: „Bedenk" — zoo schrijft hij aan de broeders en zusters te Zwijndrecht — „hoe de antichrist in Maria Leer is tegengehouden door broeder S. Muller gedurende zijn leven." (')

Hij spot met een verdediging van vleeschelijke begeerten op godsdienstige gronden „dan zouden we al spoedig wellust igrechtvaardig kunnen zijn." (2)

Blijkbaar had Maria Leer de sexueele vrijheid alleen voor de „ingewijden" toegestaan, want Valk schrijft: „Jezus, de regtvaardige heeft immers niets geleerd of verrigt, dat zelfs door den allergoddeloosten niet mogt nagedaan worden... terwijl zij, Maria Leer, verbiedt, dat alle haar in hare daden niet mogen navolgen... zij roept dan geen zondaars tot goede dingen, maar wel regtvaardigen". (3)

Ln als Maria het: „geroepen tot vrijheid" aanvoert voor hare leer, dan merkt Valk op : „ik meende ook eens vrij te zijn, dat

(!) (ï) (s) Briei van April 1834. Copieboek A blz. 23 env.

Sluiten