Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen heeft B. Valk haar van de tafel gezet, zeggende, als zij zich naar de orde wilde gedragen, dat zij dan als een afgedwaalde zuster kon blijven en vraagde haar of zij dat doen wilde, waarop zij weder antwoordde: Wel neen!

Hierop heeft B. Valk haar onder de armen en Br. Obeloo bij de beenen gevat en buiten het hek gedragen

Tot hiertoe hoorden we alleen Maria's tegenpartij. Ik twijfel geen oogenblik aan de echtheid der copiën — maar wel moeten we toch de mogelijkheid in het oog houden,' dat Valk in de beoordeeling van Maria's woorden en daden partijdig kan zijn. Daarom is het van groot gewicht, dat we óok een copie van een brief van Maria hebben — en tot een opzettelijke vervalschtng van Maria's schrijven acht ik Valk niet in staat.

De brief luidt aldus: (2)

Aan de Broeders en Zusters Zwyndrecht 11 Nor. 1834.

op 't Groenewoud.

Hartelyk geliefde Broeders en Zusters.

c*

Geliefden! de reden, dat ik n dezen zendo, is dat het schijnt of gjj nog met uiyn gewezen man S. Muller, veel op hebt.

Heden nacht tusschen den 10 en 11 Nov. heeft hg mjj dit gezegd, dat Br. Valk en Br. Verdoes zich met vernieuwde krachten tot hun beginsel moesten begeven, namelijk tot God, daar zjj door de zonde met alle menschen zijn afgeweken. Ik zeide, dat zouden zij nog al kunnen aannemen, als ik maar naar hunne rekening konde afkeuren. Hjj zeide, dat kan niet geschieden. Ik zeide, dat het voor my ten eenemaal onmogelijk was, want dat ik de geheele natuur van God zoude verloochenen, daar God uit één bloed het gansche geslacht der menschen heeft gemaakt.

En al de scheidingen, die er zijn tusschen menschen en menschen, al de verkiezingen van mooi of leelyk, aanzienlijk of veracht, heeft zyn grond in de leugen en zyn al te maal blijken, hoe ver wg van ons beginsel zijn afgeweken. Ja zoo lang wy met het verachtste schepseltje niet één geest en één vleesch kunnen zyn, zyn wy nog niet tot ons beginsel teruggekeerd, hetwelk hy met een krachtig woord bevestigde, dat myn ligchaam aandeed.

Het woord is my ontgaan of ik in of buiten het ligchaam was, weet ik niet. Ik word nu nog herinnerd, hoeveel jaren wy al aan ul., omtrent

(') brief van Valk aan broeder v. d. Kraan te Zwyndrecht, dd, 20 Juli 1834.

(») Copieboek A. blz. 85,9»

Sluiten