Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

drze zaak gearbeid hebben. Gedenk eens, lieve zuster Valk! hoeveel pogingen mjjn man en ik hebben aangewend om de eigenheid der vrouwen weg te hebben. Gedenk eens aan die woorden te Puttershoek toen gij tegen mg zeidet, naar zuster Zoetje gaande, ik zou wel kunnen lijden, dat mjjn man een ander zoo lief had als mjj, maar niet liever, waarop ik zeide, zoo gjj dat niet kunt lgden, kunt gjj ook het eerste niet hebben, want zoo hjj u één zoen gaf en een ander twee, zou de eigenliefde zeggen, hij heeft ze liever. Zoo zou het met al de uitlatingen der liefde zijn, ja, al waart gij nog zoo volmaakt dat er niets aan ontbrak, als dat ééne ding, zoude ik tot u in den naam van Hem, uit, door en tot wien alle dingen zijn, zeggen: één ding ontbreekt u, verlaat uzelven. Hoe zouden wij tot één lichaam kunnen geraken, als wjj mannen of vrouwen voor ons zeiven kunnen bezitten? Dat was immers niet inogeijjk. Zoolang er nog eigen mannen of vrouwen bestaan, bestaat de ware eenheid niet. Er moeten appartementen zijn, om over huwelijks-zaken te spreken, die dikwijls met wortelen van bitterheid doortrokken zijn, omtrent andere mannen, vrouwen of kinders^ De volmaakte liefde kan niet bestaan. Men is altyd met vrees bezield, dat een ander ons beluistert; en de volmaakte liefde drjjft alle vreeze buiten: van daar al dat geveinsde verkeer met elkander.

Lieve Broeders en Zusters! ik bid u, alsof God door mjj bade, laat u met God verzoenen, maakt los de banden der zonde en knoopen der ongeregtigheid, opdat het licht in uwe ziel mag doorbreken, en gjj zoo op mag wassen tot een volmaakt man in Christus, opdat u die groote en doorluchtige lang verwachte en van alle vleesch gevreesde dag niet onvoorziens overkome. Want vreesseljjk zal het zijn te vallen in de handen van den levenden God, die de tegenstanders zal verslinden. Het is welligt de laatste mist, die God om den boom van zjjn wijngaard legt. Ik weet wel dat er vele aanmerkingen kunnen gedaan worden, maar vestigt uw oog eens op een steen, die van den berg afvalt en al de koninkrijken moet vermalen. Zoo daar eenig houvast aan was, hy zoude gekeerd worden, maar nu hy bestemd is om alles te vermalen nu raad ik u als een, die uwe ziel liefheeft; grjjptertoch niet aan, opdat gij niet sterft. Ik verzeker u, indien gjj deze stem hoort en doet, wat hier geschreven is, gjj zult een welgevallen trekken van den Heere, en uwe wereldsche eer verliezen; maar die God prjjst is geprezen.

Dit wenscht uwe eeuwig durende, heilzoekcnde zuster

(get.) Maria Leer.

Deze brief werpt een droevig licht op Maria's dwalingen. We kunnen haast niet gelooven, dat zij hier oprecht spreekt. Ja, we staan in de geschiedenis voor wonderlijke excessen van overspannen Godsdienstig gevoel, maar we kunnen de gedachte niet van ons afzetten, dat zij hare onkuischheid tracht goed te redeneeren met gehuichelde godsdienstige motieven.

Sluiten