Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De broederschap, waarin ik de herinnering mg verlevendigde, is than* geheel uiteengegaan. Do jongere ledon traden uit den kring, soms genoopt door liefdebanden, die zich daarbinnen niet lieten knoopen, soms door eene meer luchthartige opvatting der wereldsche zaken, soms door eene zelfzuchtige neiging, om, hetgeen zij verdienden, ten eigen bate te gebruiken..."

Op de ontbinding der broederschap kunnen we,, wat de Zwijndrechtsche afdeeling betreft, wat meer licht laten vallen. Op den 27sten Mei 1837 gaf Philippus Mets bij deurwaardersexploit zijn verlangen te kennen, uit de gemeenschap te treden.

Hij eischte, „dat alle ondernemingen, welke voor rekening van 't Genootschap zijn begonnen, ten spoedigste zullen worden afgedaan en vereffend, dat er geene nieuwe zullen worden aangevangen, maar daarentegen alle voor rekening van 't Genootschap gedreven zaken van wat aard ook, zoodra mogelijk zullen worden gestaakt, dat er tevens tusscher. hem en de overige belanghebbenden ten spoedigste zal worden overgegaan om de staat van de tegenwoordige baten des Genootschaps op te maken, de regten. welke de verschillende belanghebbenden op dezelve hebben, te bepalen en dienovereenkomstig dezelve tusschen heil te scheiden en te verdeelen." De afloop van het rechtsgeding, dat door de weigering der overige consorten volgde, bleef ons onbekend. (')

Dit alleen kunnen we met zekerheid vaststellen : De gemeenschap werd niet ontbonden verklaard, want de onroerende goederen vinden we in latere acten nog ten name van de overgebleven consorten.

Het z.g. Expeditie-contract luidt als volgt:

„Den 28 Mei 1-841 compareerden.... Willem Visser, Cornelis Visser, Maria Leer, Willem van der Kraan en Dirk Ketel,... te zamen, tengevolge van het overlijden of het verlaten van het na te melden genootschap door de verdere leden, gelijk zij v erklaarden, de eenige over-

(') Onder familiepapieren van nakomelingen der broeders werden enkele dagvaardingen gevonden waaraan ik deze gegevens ontleende.

1'hillippus Mets verklaarde, dat zijn inbreng 20 a HO mille had bedragen. Of hy er iets van terug kreeg, kan ik niet zeggen.

Uit de dagvaardingen blijkt, dat het getal consorten niet was uitgebreid, maar door overljjden ot uittreden destijds was gedaald op 10. Philippus Mets trad uls eischer op tegen de overige 9, nl. Cornelis Visser, Willem Heystek, Maria Leer, J. J. Huisman. Willem v.d. Kraan, Willem Visser, Dirk Ketel, Joh» Coru* Hammes, Andries van Tol.

Sluiten