Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van Christus zelf: „zoo vele Hem aangenomen liebben, (dat is, alle die de waarheid omhelzen, dat alles uit, door en tot God is,) hebben magt ontvangen kinderen Gods genaamd te worden" (') „In die leer, te weten, dat God alles werkt, bestaat de sleutel van alle Godzalige verborgenheden; zij maakt ons wijs to.t zaligheid, — herstelt de liefde Gods en des naasten in onze harten, en is eene blijde boodschap voor zondige afgevallen Engelen en menschen" (2)

„UitHem en door Hemen tot Hem zijn alle dingen" Rom. XI: 36(3) -**■ Alle dingen — zoowel geestelijke als stoffelijke ; alle krachten, natuurlijke en geestelijke, zijn openbaringen van het Alleven.

Hiermede staat Muller op den bodem van Pandieisme, maar zonder nog in wijderen omvang de consequenties te aanvaarden van de wijsgeerig-godsdienstige selsels, die we gewoonlijk onder dezen naam saamvatten.

Uit God is alles, maar alles is niet te vereenzelvigen met God. Hij staat naast en buiten de verschijnselen.

Alles is tot Hem d. i. op Hem gericht, maar lost zich nog niet in Hem op.

Maria Leer ging verder zooals we uit hare woorden bij Mullers sterfbed hoorden; het begrip der persoonlijkheid werd bij haar losser — geen persoonlijk voortleven na den dood, maar een terugkeeren, vervloeien in de Alziel.

Geen wonder, dat zij zich in de laatste jaren van haar leven zoo sterk aangetrokken gevoelde tot de wijsheid der oude Indiërs.

„In hare lade lagen afschriftjes uit dat nummer van de Gids, waarin van Limburg Brouwers Bhagavad-Gita voorkomt. Hoe verrassend en stichtelijk was het voor haar, het gesprek van Krishna met zijn uitverkoren leerling Arjuna te lezen ; daaruit te zien, dat haar „alles uit, door en tot God" ook bij dat oude volk ingang gevonden had, en hoe zij zich de Godheid voorstelden als den Algeest, het Al en het Wezen der dingen." (4)

We zien dus, dat ook Maria van ditzelfde grondbeginsel uitging en haar opstel in de „Dageraad": „Hoe komt men tot de waar-

(') E. E. blz. 13. (') E. E. blz. 15. (E. E. gebruik ik als afkorting van „het Keuwig Evangelie").

(») Het zal zeker we! eene vergissing zijn, als Muller by het citeeren van ilezen tekst aan het hoofd van zjjne verhandeling, het „tot Hem" weglaat. Dit tan in zyn stelsel niet gemist worden en het wordt dan ook niet terzijde gesteld — het is het resultaat van alles. En vollen nadruk legt Muller daarop by de leer van de wederherstelling aller dingen.

Anagr. t. a. p. blx. 144—145.

Sluiten