Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heystek zegt het nog duidelijker; „God heeft de zonde als zonde niet gewild. Ze is slechts een dienstknecht. God kan de zonde niet beminnen, evenwel wil Hij dezelve gelijk een arts een walgelijk geneesmiddel gebruikt om degezondheidtebevorderen (')

Hier zijn we er. Maar dan is de zonde, geen overtreding; een raadselachtig stuk onzer opvoeding maar meer niet.

Een „walgelijk geneesmiddel", maar niets minder edel dan een welsmakend geneesmiddel.

Onteerend, noch voor den geneesheer, die het voorschrijft, noch voor den patiënt, die het gebruikt.

Maar waarom tobben we ons dan nog af, in wanhopige pogingen om de zonde met Gods heiligheid te laten rijmen ? Waarom dan nog gesproken van schuld — we zullen zien dat de Nieuwlichters hierin tenminste consequent waren! — van verantwoordelijkheid, van een zedewet?

Alles spelingen van menschelijke phantansie.

En we zijn te land gekomen bij een zedelijk indifferentisme.

En wat is dan het gebod? Willekeur — louter willekeur. We hooren ten slotte naar hetgeen Muller omtrent het gebod leert.

Begrijpelijkerwijze mist men ook hier eenheid in de beschouwingen.

Het gebod is een richtsnoer des levens — het openbaart Gods heiligheid „God verklaart in de consientiën der menschen en in de wet, dat Hij eenen eeuwigen afkeer heeft van de zonde". (2) Maar op dezelfde bladzijde zegt Muller: „het schijnt, dat God de zonde niet wil, omdat Hij, in de wet en onze consientiën spreekt, als of Hij dezelve ten hoogste afkeurt en wil straffen."

En elders weer: „God blijft bij aanhoudendheid door de wet in de conscientie getuigen, naar waarheid [3], dat een iegelijk, die niet blijft in al dat er geschreven is, in het boek der wet, om dat te doen, onder den vloek is." (3)

Het best past in het kader van Mullers beschouwingen deze gedachte : „Het gebod is geen proef, maar een overtuiging van onmacht." Het gebod wordt door den mensch verstaan „alsof hij het moest of konde doen, door eigen kracht, evenals hij van God niet afhankelijk is". (4) Deze misvatting wordt oorzaak der zonde

(!) De ware leer der Zaligheid blz. 24.

t»i E E blz 19

[*] Ik cursiveer. (') E. E. blz. 24. 25.

(♦) E. E. blz. 20.

Sluiten