Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„die nochtans Geen God op zich zelve zonder afschijding van den Vader was, gelijk hij zelf getuigd, dat de Zoon minder was als den Vader, hoewel een met God, want die Hem zag, zag

den Vader."

Heijstek spreekt anders.

Hij vindt in het woord des Heilands : „Ik ben van U uitgegaan"

(Joh. 17: 8):

„het krachtigste bewijs, dat er maar een eenig God is

en zijn kan, uit wien alle dingen zijn en dat Jezus zelf

geen God kan zijn, dewijl hij zelf getuigt, dat hij van

zich zeiven niet gekomen was, maar dat de Vader hem

gezonden had, doch God was in hem geopenbaard." (>)

„Immers worden hem Goddelijke namen gegeven?

Alles draagt een naam naar zijnen aard, en dewijl

Jezus met zijnen Vader vereenigd en zijn metgezel was,

en zijne discipelen nog niet door hem den Vader konden

zien, zoo strijdt dat niet tegen de Goddelijke orde, dat

dezulken Goddelijke namen dragen, gelijk Mozes en de

andere in hunnen tijd ook wel eenen Goddelijken naam

kregen, doch Jezus zelf heeft ons met alles naar Zijnen

Vader gewezen." (2)

„Maar wij hebben hem Goddelijke eer gegeven en in zijnen naam gebeden zoo werpt Heijstek dan daartegen op. Lakonisch

is zijn antwoord:

„Hetgene gedaan is, is niet altijd een regel, maar wel

hetgeen geleerd is. Jezus zegt: ik eer mijn Vader en

leert ons den Vader in geest en in waarheid te aanbidden,

en als wij dat doen, dan eeren wij den Zoon, door in

zijn woord te gelooven en dan bidden wij nog in zijnen

naam; wijl hij zegt: „ik ben de waarheid" en zoo lang

wij nog iemand anders eeren en aanbidden dan den

Vader, dan zijn wij nog in de leugen." (»)

7 VERZOENING - VOLDOENING - RECHTVAARD1GMAKING

De mensch moet met God verzoend worden, want de mensch leeft in vijandschap. Zijne verkeerde opvatting van het gebod,

(i) De ware leer etc. Hootdstuk 8 vr. 3 (i) id. vr. 4.

(J) Heijstek, vraagb. Hoofdst. 8 vr. 6.

Sluiten