Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het geruchtmakende werk van den abt de Lamennais (Félicité de la Mennais) ontging dan ook Valks aandacht evenmin.

Hij schrijft: „Heden morgen hebben wij gelezen eene beoordeeling van een werkje, uitgegeven door den Abt de La Mennais te Brussel, genaamd „Paroles d'un croyant." Naar ons inzien is de Abt de man, met de zijnen, die onze muren zal bouwen. Een allerheerlijkst getuigenis!" (')

Zoo letten de broeders op den gang der wereldgeschiedenis die eene spoedige ontknooping voorspelde.

Het gericht Gods naderde, de oordeelsdag brak aan. God zou triomfeeren over zijne vijanden.

Knielen zouden voor Hem allen, die nu nog in trotschheid weigerden, zich voor Hem te buigen — „alle knie dergenen, die in den Hemel, en die op de aarde en die onder de aarde zijn." (»)

Wanneer? Daarin heerscht in de uiteenzettingen der broeders weer geen helderheid. In elk geval na afloop van het duizendjarige rijk. Dit is toch alleen voor de rechtvaardigen; de goddeloozen zullen van de aarde zijn verdaan en vertoeven deze duizend jaren in hunne gevangenis Na het duizendjarige Rijk komt nog een oordeel: „Wanneer de Hel, in de laatste oordeelsdag hare dooden zal opgeven, dan zullen zij, welkers namen gevonden worden in het boek des levens ook uitverkoren worden, terwijl de overige in den poel des vuurs zullen geworpen worden en welk zoo vervolgens zal voortgaan, totdat zij allen uit dien vuurpoel eenmaal zullen uitverkoren zijn." (3)

Als grondslag van betere sociale regeling stelde Buchez voor: de werklieden-associatie, die dan allereerst uit het particuliere initiatief der arbeiders zeiven moest ontstaan. (Vgl. Mr. H. P. O. Quack. De socialisten 111 blz. 374-375.)

(>) Brief van 20 July 1834. t

Over Lamennais en diens, Paroles d'un croyant" zie Mr. Quack. De hocialisten deel III blz 330 e. v. — in 't bg zonder blz. 347-353

l amennais had het, geschreven onder den indruk van „les Pé'lérins Polonais een gedicht van den Pool Adam Mickiewicz. Hij schreef dit boek as Christelijk geloovige, om de maatschappij terug te voeren tot het ideaal van het Godsrijk. Mr Quack noemt het: „de sterkste en sprekendste uiting van het godsdienstig socialisme dezer eeuw". We hooren er een toon in klinken als in Mullers „de waarheid van Gods vrijmagt.''

In de werkplaats der drukkerij, w;«ar het boekje gezet werd, werd het ,,een gedruisch, een gefluister, een gemompel, straks een gejuich. Het werkvolk begreep Jadelijk, dat het een beroep was op recht en gerechtigheid.' Meer dan honderdduizend exemplaren werden verkocht, in bijna alle talen werd het vertaald.

De bul „singulari nos" van 25 Juni 1834 veroordeelde het.

(>) Filip'.' 2: 10. (J) Muller vraagb. vr. 15.

Sluiten