Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vauk is, o eeuwig Oppei wezen!

In 't kleinst, dat Gjj bezielt, Uw groote magt te lezen;

Doch wie Uw wonderdaên zou malen naar waardij'

Moet even wijs en groot en eindloos zijn als Gij!

Neen, God gelijk kunnen wij niet worden; doch als die waarheid, dat alles uit God is, regt verstaan wordt, dan verheft de mensch zich boven alles wat beneden, en hjj bemint alles, wat rondom hem is. Die waarheid geelt licht, liefde en wisheid om door alles heen te dringen. Als ik geloof, dat ik door God ben hetgeen ik ben, dan geloof ik het ook van een ander. Welke reden heb ik dan, om een ander, die tegenover mij staat, te mishandelen, als hg mij beleedigt i Ik vraag Waarom ben ik ook niet hetzelfde, terwijlI ik hetze e in mü ontwaar V Het antwoord is: Dat licht, 't welk zich in mij heeft ontwikkeld, geeft kracht, om over die hartstogten te heerschen. Geloof ik, a alles uit God is, dan vereenig ik rnjj met het heelal, waaruit ik oorspronkelij ben, en dus ook eene schakel in 't heelal; en wat zou mij da» verhinderen, dat' leven, 't welk mij heeft voortgebragt en van het begin miJ"s aan* wezens, ja, eer ik geboren was, zoo liefderijk voor mij gezorgd heeft en uit alle nooden gered, in alle omstandigheden, armoede en weelde myn bod en Vader is geweest, en zich nu in mij heeft geopenbaard als die eeuwige magtige, uit wien, door wien en tot wien alle dingen zijn, te beminnen t Va zou mjj nu verhinderen, op Hem te vertrouwen, daar ik nu zeker weet, dat mijn lot in Zijne hand en Zijn bestuur zeker en veilig is; hoe zwaar of moeyelu mijn weg ook moge zijn, hiervan ben ik verzekerd, dat Gods doen alt^d wijs en heilig is, daar er ba Hem geene schaduw van omkeering te vinden is. Neen, ons kwaad kan aan dat goede leven geen hinder doen. Is dat leven nu in ons ontwikkeld, dan leert het ons niet meer in of door ons zeiven teven, als door een vermeende magt, om uit of door ons zeiven iets te kunnen doen; neen niet meer voor ons zeiven, maar voor alles, wat om ons heen is, e leven, ook daarin openbaart zich dat leven bij alle gelegenheden tot heil van 't heelal; de liefde, uit dat leven oorspronkelijk, is mededeelzaam, met voor één maar zoover zijn weg zich uitstrekt voor 't heelal, gelijk e zon e" e regen, waardoor alles verwarmd, verkwikt en verzadigd wordt; dan zing u uit het binnenste zijner ziel:

Och, dat aller menschen tongen

Aller schepslen zang, o Heer Zamen stemden, zamen zongen,

Eeuwig tot Uw lof en eer

Dat is de wensch van alle vrijdenkers, die ook niemand uitsluiten, hoe verdoold ook; maar hoe kan de mensch ooit zoo ver komen, zoolang hu meent, iels uit of door zich zei ven te kunnen doen en laten? Wil hij nu iets onde nemen, en dit valt niet naar genoegen uit, dan moet hij zich zelTe"be3Ch"" digen; maar is hij bewust, dat hjj uit zich zeiven niets kan doen, dan zoe bijnaar den grond van dien misslag en tracht het te verbeteren enerkent in alles den uitslag van zijn Vader, uit wien alle dingen zUn, en leert als e vrü mensch van de wet der zonde, maar leeft door de wet des geeates en des levens en zegt: Wet, gij zijt de hoogbte vrjjheia; hoogste vnjhe , U

Sluiten