Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wet; want de wet der zonde werkt toorn, maar de wet des levens liefde, dan kan hij zich met den psalmist verhellen, met het heelal vereenigd :

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort,

Zij wandlen, Heer! in 't licht van 't godlijk aanschijn voort,

Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden ;

Uw goedheid straalt hun toe, Uw magt schraagt hen in 't lijden.

Ja, door die waarheid wel te verstaan, kunnen wij alle moeijelijkheden trotseren en kunnen wij tegen alle dreigementen zeggen:

Crjj zoudt tegen mjj geene magt hebben, indien zij u van mijn Vader niet gegeven was!

We vinden in dit artikel nog volkomen de tradities der broederschap weer. „Uit, door en tot God zijn alle dingen": dit is nog I de centraalstelling. Onbewimpeld wordt het meest absolute deter- / minisme aanvaard, er is geen verantwoordelijkheid, alles wat geschiedt, is natuurnoodzakelijke ontplooiing van de Godsgedachte, y Geen kwaad, geen zonde, geen schuld.... alles loopt uit op het doel der ontwikkeling.

Een ding is merkwaardig; Maria is zich er nu ten volle van bewust, dat zij bij de „vrijdenkers" thuis behoort.

„Vrij van de wet der zonde", niet door gehoorzaamheid aan Gods wil, maar door zich boven die wet te stellen of die wet op zijde te zetten.

De laatste jaren van haar leven bracht Maria rustig in een hofje door. Het was het z.g. Bethlehemhofje te Leiden. (').

Nog bleef Maria bezig — helpend en dienend — en haar geest verrijkend met alles, wat zij maar binnen haar bereik kon halen. Anagrapheus verhaalt, dat zij nog. eens ter gelegenheid van een tentoonstelling, eene herinnering aan de broederschap inzond.

„ Twee poppen, elk circa twee palm hoog, man en vrouw, kleedde zij met de uiterste nauwkeurigheid van het hoofd tot de voeten, volgens de voorschriften der Broederschap. Op een voetstukje gezet, stond tusschen hen beiden eene soort van banier, waarop zij eigenhandig schreef:

(') In 1 G30 werd door de Doopsgezinde Gemeente op de Lange Gracht een Hetlilehemholje gesticht — daartegen richtten de meer Orthodoxe (z.g. Vlaamsche) Doopsgezinden een hofje van denzelfden naam op de Levendaal op, in 1060.

In 1811 zijn beide hofjes vereenigd op Levciidaal.

Dij de opname van Conrenlualen werd niet op godsdienstverschil gelet — en zoo kon Maria er een huisje van betrekken.

Het is tegenwoordig een hofje van het gewone, oud-Hollandsche soort. Een oude poort geeft toegang tot het rustige intérieur — een langwerpige vierhoek met 16 kleine huisjes — in 't midden een tuin

Sluiten