Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een schrale Oostenwind, onstuimig rond de Hooglandsche kerkmuren gierende, zweepte haar bijkans hoed en mantel van het lijf; maar, zich klemmend tegen den vasten omvang van het Godshuis, tastte ze zinnebeeldig de rots van haar vertrouwen, de sterke burcht, die voor wankelen hoedt en zwakheid steun verleent; in wiens kracht geborgen, ze steeds het leed der aarde te boven kwam en door wiens hulp ze ook deze laatste ramp kloek zou dragen". (')

„Zij kwam thuis. In haar armstoel neergezegen toefde zij nog wel een uur voor ze zich ontkleedde. Ze zat, in zich zelf verzonken, vlak voor de lade, waarin haar geestelijk voedsel lag, de schat van wijsheid en vroomheid, die de kracht van haar geest zoo machtig had verhoogd en versterkt.

Werktuigelijk trok ze haar open; het was alleen maar om te zien, of alles nog in dezelfde orde lag als bij haar vertrek ; het dalend daglicht zou aan de vochtige oogen ook niet vergund hebben om in het heilig lied der Indiërs de samenspraak tusschen meester en leerling over de goddelijke dingen op te zoeken. Het was trouwens niet noodig; wie daar had mogen luisteren, zou haar, met de trillende handen tot elkander vereenigd en met gesloten oogleden, Arjuna hebben hooren naspreken :

„Waar de gedachten tot rust zijn gekomen en door de beoefening tier wijsheid tot bedaren gebracht, waar geen ander dan het hoogste goed meer wordt verlangd en waar geen droefheid en geen smart, voor wie het verwierf, meer zal bestaan.

Daar is de verbinding met het hoogste Wezen bereikt, die vroomheid wordt genoemd en die de verlossing is uit alle leed." (*) „De finantieele crisis, waarin, nevens haar, zoo velen deelden, was niet de eenige ramp, die binnen den jaarkring van 1866 Leiden trof; ook de Cholera verscheen er.

Daar trad [de doodsengel] in het nachtelijk uur den binnenhof in van het hofje. Een onzichtbare hand leidt hem Maria's woning in, 't was de hand van Hem, die aan de Weeshuispoort haar trouwe leidsman bleek te zijn en die haar sinds niet verlaten had ; die in den strijd van haar gemoed de rust gebracht had; die door wanbegrippen heen de lamp hield voor haren voet en haar wandelen deed in Zijn licht; uit Wien, door Wien en tot Wien alle dingen zijn ; die in gerechtszaal en gevangenis, zelfs onder

(') Anagr. blz. 147 («) Anagr. blz 148.

Sluiten