Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lezen en je kent haar. Ze leeft in het werkverbond, maar niet in het genadeverbond ! Ze spreekt maar over d'r zelf en ze heeft nooit geleerd, als een naakte zondaar voor God te komen!

Was de oude vrouw zoover bezijden de waarheid ?

Maria was een krachtige persoonlijkheid. Al staat zij niet zoo geheel onafhankelijk, als Anagrapheus haar telkens teekent al is zij niet geheel „door eigen denkkracht" gekomen tot wat zij werd — niettemin verbaast zij ons door haar stoute denken en

ongewonen drang naar weten,

Benijdbaar is in haar dat rustige Godsvertrouwen, door niets te schokken ; dat onwrikbare geloof in de zegepraal der waarheid en in „het beter Ik'' van den mensch ; dat geduld met de zwakken, die liefde voor het dwalende. Kenmerkend voor heel haar leven is een van die kleine, schijnbaar onbeduidende voorvallen, zooals

Anagrapheus er vele verhaalt.

„Maria had op haar hofje een bloementuintje bij haar bleekveld. „Dat onkruid dee ik toch weg", zei buurvrouw, terwijl ze op een grooten bonten distel wees, die met zijn kloeke, krullende bladen zich tusschen al die fijnigheden heen baan maakte.

Maria had met voorliefde het zelfstandig en krachtig ontwikkelingsproces gadegeslagen ; ze had sympathie voor dit gewas, dat zoo kloek en gezond tusschen al die fijnere vormen zich ontwikkelde. ... Ze strekte zachtkens hare hand uit over buurvrouws onheilspellenden wijsvinger en zei r ,,de menschen mogen het onkruid noemen, en dat neem ik ook niemand kwalijk; maar het is Gods hand, die ook dit opschot een plaats heeft aangewezen en met eene heerlijkheid getooid, die het tot een koning onder de distels maakt, ik zal er geen majesteitschennis aan begaan." (])

Zoo was Maria ook in hare beoordeeling van de menschen — en al mogen we het groote gevaar van een dergelijke beschouwing van de zonde niet miskennen — een gevaar dat zich duidelijk deed gevoelen in Maria's eigen levensloop zij kon door deze levensopvatting liefderijk zijn voor gevallenen en aldus velen ten zegen worden.

Bij de behandeling van de geschiedenis der Broedergemeente hebben we het verloop van de afdeelingen te Waddinxveen, Polsbroekerdam, Puttershoek, Zwijndrecht en Mijdrecht nagegaan.

(') Anagr. blz. 139.

Sluiten