Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegen deze miskenning van Christus' werk ; Capadose bouwt er voor het grootste deel zijne vergelijking op.

Kon ook werkelijk niet evengoed in Mullers boekje staan, wat wij nu vinden bij Hofstede de Groot :

„Wij bestrijden de leer, alsof Jezus ter voldoening aan Gods strafeischende geregtigheid, of om Gods straffen van ons af te wenden, door het Gode verschuldigde, Hem te betalen, dien vreeselijken dood had moeten ondergaan" (') ?

Wij missen natuurlijk bij Muller de nauwkeurige formuleering, die de theoloog kon geven, waar deze schreef:

„De oorzaak der rechtvaardiging ligt niet in de toerekening van Christus' verdiensten of gerechtigheid ; Paulus zegt nooit, dat wij om of wegens, altijd, dat wij in en door Christus regtvaardig en zalig worden." (2)

Maar ik vraag: is het perspectief bij den eenvoudigen Muller niet dieper, door zijne beschouwingen van zonde en schuld, die aan zijne verwerping der voldoeningsleer ten grondslag liggen ? Muller is meer consequent, en... zegt meer onomwonden zijne gedachten. Hij denkt er geen oogenblik aan, nog een schijn van overeenstemming te geven tusschen zijne meeningen en de leer der Kerk, door beroep op erkende leeraars. Hij kon het ook niet

— sancta simplicitas!

Hij zal niet trachten zijne opvatting van voldoening terug te doen vinden in Lodensteijns vers:

„Wat wij lieven in dit leven Niets kan ons voldoening geven.

Niets, o Jezus, dan Uw bloed Geeft voldoening aan 't gemoed,:' (')

De kerkelijke opvatting van voldoening is zeker eene andere, dan „voldoening aan 's menschen zondaarsbehoeften", en is deze laatste ook wel werkelijk „in den zin van Lodensteijn" ?

Bij de leer der apocatastasis nadert Hofstede de Groot wee» tot Muller, door naast de liefde Gods nu ook Zijne almacht in

het gezichtsveld te brengen.

„God is liefde, die liefde is alvvijs en heilig, maar ook

O id. blz. 181. ,,

(') Waarheid in liefde 1842 blz. 187, 1841 blz. 6' 1.

(') Gron. godgel. blz. 183.

Sluiten