Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

almachtig; zij zal haar doel bereiken en legt den grondslag der hope, dat eenmaal alle zonde zal vernietigd en alle zondaren heilig en zalig zullen worden." (') Het „hoe" is hier evenmin duidelijk als bij Muller cum suis. Van een tusschenstaat wil Hofstede de Groot niets weten, evenmin als van een dubbel oordeel.

„het evangelie weet daarvan niets — dit leert ons, dat de gestorvenen dadelijk, elk hun laatste oordeel ontvangen en dan in paradijs of hel komen; terwijl het jongste algemeen wereldgerigt zal zijn voor hen, die leven, als deze aardsche huishouding voorbij gaat; waarbij dan tevens het vroegere over de voorheen gestorvenen gevelde oordeel aan allen openbaar en het heil der enkelen door dat van allen voltooid zal worden." (2)

Hier zitten we in de raadselen vast! Hofst. de Groot spreekt van een hel. Nu vragen we: Waar blijft dan de algemeene zaligheid, als „het laatste oordeel" over elk dadelijk voltrokken wordt?... Maar dat laatste oordeel is toch blijkbaar niet onherroepelijk en dus niet het laatste.

Hoe kan „het heil van enkelen door dat van allen voltooid worden", ais het wereldgericht alleen over de dan levenden gaat ?

En zal de hel blijven ? Neen ! want dan is er geen algemeene zaligheid! Die „kundige predikant", waarvan Heerspink verhaalt (3), die zeide: „God heeft ook de hel uit liefde geschapen", zal toch zeker de hel niet onder de plaats der zaligheid rekenen ?

Dus de hel is niet eeuwig — maar wat dan? Dan toch een soort tusschenstaat aangenomen ?

Wij mochten in de voorstelling der theologen toch de helderheid verwachten, die we bij dit punt misten bij Muller en de zijnen.

Ook in de beschouwing van Christus'persoon vinden we treffende overeenkomsten tusschen het Nieuwe licht en de Groninger theologie. En hebben wij bij de uiteenzetting van de leer der broeders gewezen op hunne uiteenloopende meeningen, we vinden bij de Groningers evenmin eenstemmigheid te dezen opzichte.

De Christologie van Hofstede de Groot komt in hoofdzaak hierop neer. Jezus is Gods Zoon, niet zeil God, maar aan den vader ondergeschikt. Hij werd mensch,

(') Gron. godgel. blz. 131.

O ld. blz. 191.

(*) J. B. F. Heerspink „Dr. P. Hofstede de Groot's leven en werken" Gron. 1898 blz. 31.

Sluiten