Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier schuilt geen boos opzet — neen, het is noodzakelijk gevolg van innerlijke halfheid. Zij kan het oude niet meer aanvaarden — maar van het nieuwe durft zij de consequenties niet aan; zij geeft met de eene en neemt met de andere hand.

We ontmoetten reeds enkele voorbeelden ; de polemiek met da Costa levert er meerdere. Da Costa en de zijnen doorzagen „die stille innemende vorm, veel vertoonende en weinig verwezenlijkende, veel zeggende en nog meer verzwijgende taal'. Haar wetenschappelijk-rationeel standpunt is de brug naar het nieuwe, haar supranaturalisme is de hand, die zij reikt aan het oude.

De praeexistentie van den Logos, de historiciteit van opstanding, hemelvaart en wonderen, de inspiratie der schrift (in de lijn van de opvoeding der menschheid), en zoo veel meer, zijn resten van het oude — de moderne theologie zette ze op zijde — en de Groninger School moest óf haar beginsel verloochenen óf kon niet mee en raakte op den achtergrond.

In menig opzicht kunnen we zulke overgangsverschijnselen ook waarnemen in de broederschap.

Ook daar een zoeken naar bevrediging van de behoeften des harten, eenzelfde reactie tegen de koudheid van het Christendom dier dagen, nadruk op het practische leven, mystieke neigingen, maar ook dezelfde halfheid en eenzelfde verloop.

Wat de geschiedenis van de godsdienstige richtingen in het groot te zien geeft — vertoont Maria Leer in haar persoon: de noodzakelijkheid om de lijnen door te trekken !

De opeenvolging der richtingen is ook een kritiek der geschiedenis.

Ten slotte staan we nog een oogenblik stil bij de meest kenmerkende trek der broederschap : haar communisme.

Zooals ik reeds in de inleiding opmerkte, zijn de Nieuwlichters geen socialisten in den eigenlijken zin des woords. (') Verbetering van de maatschappelijke toestanden is nog iets bijkomstigs in hun program — hun eisch is slechts een uitvloeisel van hunne geloofsopvatting. Muller beschouwt de gemeenschap van goederen

(') Met instemming haal ik hier aan, het woord van Mr. N. 6. Pierson ,,Grondbeginselen der Staathuishoudkunde" 1886 blz. 73 (naar Cairnes) : „Het socialisme bestaat niet in het koesteren van zekere idealen, maar in het aanprijzen van bepaalde maatregelen door de overheid te nemen. Een socialist is niet elkeen, die de maatschappij wil verbeteren of zelfs hervormen, maar liy, die haar van .ilantsweye op nieuwe grondslagen wil vestigen.' Ik cursiveer.

Sluiten