Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gezamenlijk „opmaken", dat moest toch ieder denkend menseh reeds toen gezien hebben.

De Nieuwlichters, zoowel als de latere communauteiten, vereenigden dan ook onmiddellijk het communisme van productie en productiemiddelen met het gemeenschappelijk genot!

3o Is het echter in de eerste Christengemeente nu wel werkelijk algemeen gekomen tot dit (beperkte) communisme der consumptie .

Ik meen : neen!

De geschiedenis van Ananias en Saffira weerspreekt het. Niet het feit, dat zij een deel van den prijs aan de gemeenschap onttrokken — dat kon beginselverzaking zijn, — maar het feit, dat de straf niet wordt uitgesproken over diefstal, maar over leugen, blijkens Petrus' woord, dat uitdrukkelijk behoud van privaat bezit als rechtmatig en geoorloofd erkent.

Wendell zegt: „bekend is de geschiedenis van het echtpaar Ananias en Saphira, die de weldaden van het communisme niet wilden ontbeeren, maar eigendomsfanatieken waren en slechts een deel van de opbrengst van hun akker afleverden en die daarom ook dadelijk door Gods wraak werden getroffen" (') en ook Troelstra schrijft: „Ananias en Saffira, die van hetgeen zij voor hunne verkochte have ontvangen hadden, een deel niet aan de voeten der apostelen neerlegden en deswege dood neervielen." (*)

Die woorden „daarom" en „deswege" geven eene onjuiste voorstelling.

Petrus veroordeelt uitdrukkelijk den leugen, en spreekt niet over diefstal. (Hand. 5:3 „dat gij den Heiligen Geest liegen zoudt, en onttrekken van den prijs des lands." vs. 4 : „Gij hebt den menschen niet gelogen, maar Gode, en vs. 9 : „verzoeken

den Geest des Heeren.")

En uitdrukkelijk verklaart Petrus: vs. 4. „Zoo het gebleven ware, bleef het niet uwe? en verkocht zijnde, was het niet in uwe macht ?"

Troelstra erkent dan ook „dat de eerste Christenen, onder den verschen indruk van Jezus1 woorden levende, zij het dan ook onverplicht, have en goed aan de gemeenschap afstonden."

Onverplicht was het communisme, particuliere liefdadigheid van grooten omvang, maar niet algemeen. Want waarom wordt aan

(i) t.a.p. blz. 6. Ik cursiveer!

(*) P. J. Troelstra Sociaal Christendom, Amsterdam z.j. blz. 14. De cursiveering is van mjj.

Sluiten