Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dergelijk stelsel van openbaarmaking der statuten niet een vermoeden van bekendheid, dat voor tegenbewijs onvatbaar zou zijn.

Derden, die binnen de grenzen der wet te goeder trouw met de vennootschap handelen, schijnen hierdoor voldoende beschermd.

Ten opzichte der vennooten moet men uitgaan van de veronderstelling, dat zij aansprakelijk behooren te zijn voor hun bestuurskeuze. De wet kan ze bovendien nog zooveel mogelijk beschermen door waarborgen te geven voor een goed toezicht. Zoo zal veel kwaad gekeerd kunnen worden door een goede regeling van het college van commissarissen, opdat men fouten van het bestuur zoo al niet voorkomen, dan toch onmiddellijk ontdekken kan. In verband hiermede dient de samenroeping eener algemeene vergadering gemakkelijk te worden gemaakt.

Ook kan men maatregelen nemen om het eigenbelang van bestuurderen beter in de onderneming te betrekken en hunne persoonlijke — zoowel civielrechtelijke als misschien strafrechtelijke — aansprakelijkheid grooter maken. Maar met een wettelijk ingrijpen dient men voorzichtig te zijn. De kring waaruit een goed bestuur moet samengesteld worden kon wel eens te klein blijken.

Dat alles verdient de aandacht, heeft men eenmaal het beginsel in onze stelling geformuleerd aanvaard. Wordt dit in toepassing gebracht, dan meen ik te mogen verwachten, dat de bruikbaarheid der naaml. venn. als ondernemingsvorm zal worden verhoogd, in de eerste plaats

laatsten het vonnis van de rechtbank van Amsterdam uitgesproken op 24 Juni 1903 w. 8057.

Sluiten