Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

willen vragen : waaruit valt in bovengenoemde artikelen af te leiden, dat we uitsluitend te doen hebben met schenking? Elke regel, waardoor den schuldeischers de bevoegdheid wordt toegekend om de nietigheid in te roepen van handelingen van hunnen debiteur, waardoor zij benadeeld zijn, is niet per se een schenkingsregel. Zoo zal de verkoop uit geldgebrek van een zaak beneden de waarde zeer zeker onder het bereik van art. 42 F. W. en art. 1377 B. W. kunnen vallen, zonder dat daarom noodig is, dat zij als schenking wordt beschouwd.

Wij handhaven dus den wil om te schenken als vereisclite. Houdt in dezen zin de animus donandi, wanneer het een formeele schenking betreft, in, dat het opzet van partijen er op gericht dient te zijn om door middel van een afstand van den een, zonder daartegenover staande contrapraestatie van den ander, dezen laatste te verrijken ten koste van den eerste, hier komt het op het middel niet aan. Hier is alzoo voor schenking niet vereischt, dat de handelende partijen opzettelijk oin niet afstaan; voldoende is, dat zij zich bewust zijn van de economische gevolgen der handeling en die gevolgen ook hebben gewild.

Zoo kan men bij voorbeeld iemand een zaak zeer goedkoop verkoopen met het doel om den kooper de meerdere waarde te schenken. Men denke zich het geval van den verkoop van een huis van 1 8000.— waarde voor den prijs van f 7000.—. Er is hier schenking voor een

Sluiten