Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

afkomeliugen uit het vroeger huwelijk aanwezig zijn, door de vermenging van goederen en schulden bij ecnige gemeenscha]) of door de bepalingen der huwelijksche voorwaarden, meerder voordeel bekome dan ten beloope van het minste gedeelte hetwelk een dier kinderen of bij voor-overlijden deszelfs afkomelingen bij plaatsvervulling sretiieten, en zonder dat dit voordeel immer het

O O

een vierde des boedels van den hertrouwden echtgenoot mag te boven gaan.

Do grond dezer bepalingen is te zoeken in de vrees, dat do hertrouwende echtgenoot ten nadeele zijner kinderen, hetzij door huwelijksgemeenschap, hetzij door huwelijksche voorwaarden een aanzienlijk deel van zijn vermogen zoude px-ijsgeven.

Waar nu de artikelen 236 en 237 B. W. eene ruime terminologie gebruiken door te spreken van het toekennen van voordcelen en hunne strekking is het voorkomen van benadeeling der kinderen, dient men aan de uitdrukking „•riften" en „seven" van art. 238 B. W., waardoor de

77 O 77 O 1

wetgever trachtte te beletten, dat do verbodsbepalingen in de beide eerder genoemde artikelen vervat, door zijdelingsche wegen, door schenkingen onder verdichten titel of door middel van tusschenbeide komende personen zouden worden ontdoken, ook eene ruime beteekenis toe te kennen.

Thans art. 460 B. W., inhoudende het voorschrift, dat het verlof van den kantonrechter wordt vereischt tot

Sluiten