Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dahne 8) met groote scherpzinnigheid overal aanwijst, zijn te twijfelachtig, om voor ons doel zeer bruikbaar te zijn. Ik wijs slechts op de meest bekende, die voor ieder onmiddellijk duidelijk zijn. Zoo wordt Ex. 3, 14 vertaald: iyto tiui 6 tov. xai ilntv Ot>ra>; tQiii xoii vioii *IdQatjX O wv aTtHST/x'kxfv fit nfjoi tifiag.

Men merkt hier terstond den invloed van de abstracte Godsgedachte, die vooral sinds Aristoteles steeds meer een vaststaand uitgangspunt werd van het Grieksche denken. Nog duidelijker komt dit uit in de vertaling van Ex. 24, 10 en 11. Hier zou letterlijk vertaald moeten worden : xcu tldov tov &tov 'laga?;).; maar de Alexandrijnsche vertaler, die hieraan natuurlijk aanstoot neemt, vertaalt: x«< tldov tov

touov oti laTtjxa o tov 'lanatjX.

Vervolgens vestig ik nog de aandacht op het z.g. vierde Makkabaerboek. een ethisch tractaat, dat ons kan leeren, hoe een overigens door en door Joodsche geest zich de zedelijke beginselen van de Grieksche filosofen, in casu de Stoa, heeft toegeeigend. De schrijver behandelt de vraag, of de vrome rede (rf tvatfii^ loyinuo^), de heerschappij heeft over de hartstochten. Dit thema wordt uitgewerkt op een' wijze, die ons in den schrijver eerder een adept van de Stoïsche school zou doen vermoeden, dan een vromen Jood, die niets anders beoogt, dan de verheerlijking der wet en van zijn

5) Jüd. Alexandrin. Religionsphil. Abth. II, S. 1—72.

Cf. ook A. Fr. Gfrörer. Geschichte des Urchristenthums.

Sluiten