Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschrift meedeelt, dan mogen we ook in 3:116 niet meer lezen dan dit: „Onze blik in de levensomstandigheden is zeer beperkt; wij weten alleen, dat God voor alles bepaalde tijden gesteld heeft, dat niets te vroeg of te laat komt, maar over de toekomst hangt voor ons een sluier. De Wijsheid blijft nu nog wel een begeerenswaardig bezit, in zooverre ze het leven in sommige opzichten kan vergemakkelijken en veraangenamen ; maar haar licht is niet voldoende om de tallooze complicaties van het practisch leven te doorzien."

Deze ervaring treft Prediker des te smartelijker, daar God den mensch de in het hart heeft gelegd.

De beteekenis van dit woord ligt nu voor de hand. Het ziet op een den mensch ingeschapen drang, om buiten het oogenbik uit te gaan, om, zooals Pf. zegt, „weithin ira Geiste die verschiedenen Zeiten (:w)zu überblicken". Men late zich echter bij de interpretatie van onzen auteur niet leiden door Heraklitus. We begrijpen hem het best. wanneer we denken aan het streven van den practischen mensch; die legt het er ook op toe bij alles tijd en wijle te kennen, omdat hij weet, dat daarvan het succes afhankelijk is. Hiervan moeten we uitgaan, om de filosofie van Prediker, en die van de Chokmalitteratuur in 't algemeen, te leeren verstaan.

Ten slotte vraagt Pf. onze aandacht voor de pericoop 8: 17—21.

De immanent-filosofische oplossing der problemen zou

Sluiten