Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hier hebben we niet alleen, objectief, dezelfde beschouwing der verschijnselen als bij Prediker, maar ook de bij den laatste telkens terugkeerende karakteristieke uitdrukking „alles heeft zijn'tijd". Terwijl echter het persoonlijk geloof den één doet juichen: „Looft het Opperwezen, wegens al zijne werken", klaagt de scepsis van den ander: „Wat voor gewin heeft hij, die werkt, van datgene, waarvoor hij zich aftobt ?"

Deze godsdienstige scepsis, dit gebrek aan vertrouwen, 't welk Prediker de frissche werkkracht beneemt en hem onder alle arbeid als een door God denmenschen opgelegde last doet zuchten*), deze zelfde scepsis is ook de oorzaak van zijn' kritische houding tegenover het wetenschappelijk streven van zijn volksgenooten. Juist door het geloof blijven zij staan by hun naief optimisme; zij gevoelen het te kort van het menschelijk inzicht niet. Maar Prediker, die de „oiam" welken God in zijn hart gelegd heeft, door het weten tracht te bevredigen, hij gevoelt het contrast tusschen het geheel der werken, die God gemaakt heeft en het beperkte menschelijk kenvermogen2). Prediker schat de Wijzen zeer hoog,3) zelf zal hij zich tot hen gerekend hebben. Maar als zij de Wijsheid al te hoog verheffen, dan trekt hij met de

!) 3:9, 10.

2) 3: 11.

8) 2 : 14 ; 4 : 6 sqq ; 8 : 1; Cap. 10.

Sluiten