Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waar we lezen: .Het lot van de menschenkinderen en het lot van het vee, één lot treft hen. Gelijk deze sterven, zoo sterven ook gene ; één geest hebben allen en niets heeft de mensch voor boven het dier, want alles is ijdel. Alles gaat naar één plaats, alles is uit stof ontstaan en alles keert tot stof weer. Wie weet, of de geest der menschenkinderen opwaarts stijgt naar boven en of de geest van het vee neerdaalt in de aarde."

Tyler *) en Plumptre 2) vinden hier de Epicureïsche ontkenning der ontsterfelijkheid. Allereerst zij echter opgemerkt, dat de verwantschap zich hier zou bepalen tot de gedachte in 't algemeen; geen woord of uitdrukking doet, ook volgens deze geleerden, aan contact met de Epicureïsche filosofie denken. „The statement" zegt Tyler „that all are alike returning to dust is probably to be understood as conveying in a general way the Epicurean denial of man's immortality, yet without implying that the subtle and minute atoms of which the human soul according to Lucretius consists, do not at death disperse themselves like smoke or vapour." Men ziet, Tyler drukt zich zoo voorzichtig mogelijk uit.

Maar wanneer we nu in onze pericoop in 't geheel geen tastbare bewijzen hebben van verwantschap met de Epicureïsche School, dan mogen we, dunkt

ï) p. 22. *) p. 31.

Sluiten