is toegevoegd aan uw favorieten.

De invloed van den Griekschen geest op de boeken Spreuken, Prediker, Job

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geschoold denker niet verwachten, dat hij in e9nzelfden zin gedachten zal vereenigen, die voor het denken van dien tijd elkaar vierkant uitsluiten. Aristobulus verklaart zich duidelijk aan het begin en aan het einde van het aangehaalde fragment. Dit classiek gedicht moet juist dienen, om zijn' meening te ondersteunen, dat het de goddelijke 5want$ is, die alles samenhoudt. „'Ogcpiv^ ovra>i ixri&tTai ttfqi tov SicatQdTfKsO'ai &fia Swa/ia ree navra. Met deze woorden leidt Aristobulus zijn lang citaat in, terwijl hij het besluit met de opmerking: aacpcoj ol/xcu St8ti%dcti, pTi dia notvzojv iariv ij 8uvettig tov ötov.

In de fragmenten van dezen, waarschijnlijk eersten Alexandrijnschen filosoof, wordt gesproken van een' tusschenAracM, de goddelijke Swa/xti, waaraan hier echter nog geen van de hoogste Godheid onafhankelijk persoonlijk bestaan wordt toegekend. Aristobulus heeft dit wijsgeerig begrip blijkbaar overgenomen van de Grieken.*) Van de eigenlijke hypostase is bij hem, dat is ± 150 v. Chr. nog geen sprake; wel zijn teekenen aanwezig, die er op wijzen, dat de Alexandrijnsche speculatie zich in die richting zal ontwikkelen. Letten we b.v. op vers 13—15 van het fragment van Orpheus. Hier laat Aristobulus den dichter zeggen:

Avtoz 8'i!; dycc!ïa>i> Qvtjtoii xccxov ovx t7fiTtXXei

'Av9(>a)TT0ii 'avrw 8e xaOlS xccl ÓTiijSei,

Kaï noktiioj xcei ).oixoj, i\8'ciXyia 8<XKQvotvva.

i) Zeiler.