Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Spreuken boek, evenals dat van het boek Job, in het begin van de 3de eeuw voor Chr., d. i. dus nog geruimen tijd vóór de vertaling van de Mozaïsche boeken en ruim een eeuw, voordat Aristobulus in Alexandrië schreef. Zooals we gezien hebben, is bij dezen laatsten filosoof wel reeds de voorwaarde voor de hypostasenleer aanwezig, maar van deze zelf bestaan nog slechts geringe sporen.

Laten we ons nu op het standpunt van Fr. verplaatsen. Wij denken de grenzen tusschen Alexandrië en Palestina weg en beschouwen de Wijsheidsgeschriften als de eerste litteraire voortbrengselen uit het huwelijk van Griekschen en Joodschen Geest.

Is het nu mogelijk, dat reeds hier plotseling kant en klaar in den geest van een' schrijver opduikt, wat eerst aan het einde van deze periode, als product van een' lange ontwikkeling, in samenhang met de geheele Alexandrijnsche geestesrichting voor ons ligt? ïlij dunkt, deze vraag kan niet anders dan ontkennend worden beantwoord.

Tot zoover bewegen we ons om den buitenkant van het probleem ; wij vonden echter nog een' anderen maatstaf, die ons dichter bij het wezen der zaak zal brengen, daar hij ons in staat stelt Fr.'s afhankelijkheidshypothese naar haren innerlijken grond te toetsen.

Wij zagen, dat de hypostasenleer in Alexandrië noodwendig samenhing met de dualistische wereldbeschouwing, die elke onmiddellijke betrekking van

Sluiten