Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

we uit de geschriften, die ons een' blik geven in het ontstaan van de na-exilische gemeente, met voldoende zekerheid afleiden, dat het bederf, waarover de psalmisten klagen, ook reeds vóór de Grieksche periode heeft bestaan.

Menschen, die voor het altaar het slechtste afzonderen J), die de arme broeders uitzuigen2), die den Levieten het hun toekomende deel niet willen betalen 3) en door allerlei geweldmiddelen van sabbatschennis en het sluiten van vreemde huwelijken moeten worden teruggehouden4), doen voorzeker geen groote verwachtingen koesteren van de heiligheid der Joodsche gemeente in de eeuwen welke nu volgen. Om deze menschen af te trekken van inzettingen, die reeds terstond voor de groote meerderheid een' ergerlijke last waren, daarvoor was voorwaar geen Helleensche geest noodig. Het is dan ook zeker, dat reeds lang voor de Hellenistische periode de Joodsche gemeente in twee partijen verdeeld was, die elkander fel bekampten 6).

Dat in het meerendeel van onze psalmen de partijhartstochten zoo sterk spreken, mag dus geen beslissend argument zijn, om aan de Hellenistische periode als tijd van ontstaan te denken.

') Maleachi, 1: 8.

s) Nehemia 5 : 1, sqq.

*) Nehemia 13 : 10.

4) Nehemia 13 : 15 en 23 sqq.

5) Cf. Bertholet. Die Stellung der Israëliten und der Jnden zu den Fremden S. 179 sqq.

Sluiten