Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook in de meeste andere landen, die den Code Napoléon als uitgangspunt voor de regeling hunner burgerlijke rechtsbetrekkingen namen, werd het Oud-Germaansche rechtsbeginsel, dat de revolutie weer in eere had hersteld, overgenomen: vrijheid van den grondeigendom, zoodat de eigenaar, en hij alleen, het recht heeft op zijn grond te jagen.

In de eerste plaats was dit het geval in België. Na de vereeniging met de groote Fransche Republiek werd in de vroegere Oostenrijksche Nederlanden het decreet van 1790 executoir verklaard. Evenals in Frankrijk zelf deden zich echter ook hier de nadeelen van de groote eenzijdigheid van dit decreet gevoelen. In de toelichting op de Belgische wet van 1840 heet het dan ook: „elle" (het decreet van 1790) „est devenue insufïisante pour protéger la conservation du gibier, les droits de la propriété, et les intéréts des cultivateurs dont les récoltes sont foulées par les braconniers de toute espéce. L'appat du gain, le haut prix du gibier, le peu de rigueur des pénalités, la rédaction défectueuse de plusieurs dispositions, ont multiplié le braconnage, a un tel point, qu'il devient indispensable de prendre de nouvelles mesures de répression" ')•

Korten tijd, nadat de Fransche jachtwet van 3 Mei 1844 was tot stand gekomen, werd dan ook in België het decreet van 30 April 1790 vervangen door de thans nog vigeerende wet van 26 Februari 1846!). Ook België bleef in die wet getrouw aan het stelsel, dat de grondeigenaar met uitsluiting van ieder ander tot de jacht op zijn grond gerechtigd is, en geene der latere wijzigingswetten bracht in dit grondbeginsel eenige verandering (art. 2 lid 1 en 2 wet 1846).

1) Pasinomie ou collection complete des lois, décrets, arrêtés et règlements generaux qui peuvent être iuvoqués en Belgique, III série, 1846, bl. 107.

2) Loi du 26 Février 1846. Moniteur du 28 Février 1846.

4

Sluiten