Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stück gelangen kann. Hierzu ist namentlich erforderlich, dass Zaun oder Hecke eine solche Höhe haben, dass sie nicht ohne besondere Anstrengung überschritten werden können, und dass sich in ihnen keine Lücken oder Oeiïnungen befinden, die ein Mensch ohne besondere Mühe durchschreiten oder durchschlüpfen kann" 1).

Andere uit de jachtcomplexen uitgeschakelde gronden. In verschillende wetten komen nog andere bepalingen voor, waardoor gronden worden uitgeschakeld uit de gemeentelijke jachtcomplexen en eene bijzondere positie innemen. Voor een deel zijn deze uitzonderingsbepalingen te verklaren uit redenen van openbare veiligheid. Dit is zonder twijfel de ondergrond van de in de wetten van Baden (§ 7 lid 2), C o b u r g (§ 8), G o t h a (§ 22) en Bremen (§ 13) voorkomende bepaling, dat buiten het jachtcomplex vallen de tot publiek gebruik dienende wandelwegen, parken enz.'). Ten aanzien van deze gronden stelt de wetgever zich op het standpunt, dat uitoefening der jacht daarop onbestaanbaar is en de jacht er mitsdien moet blijven rusten. Dit zelfde motief ligt ook ten grondslag aan de bepaling in de jachtwetten van Saks en-Al ten burg (§ 2a); Schwarzbur g-S onder sh a u s e n (§ 2a) en Liibeck (§ 5), waarin als „nicht jagdfahig" worden beschouwd de gronden in de bebouwde kom der gemeenten 3).

Gedeeltelijk aan redenen van openbare veiligheid, deels ook aan het streven om de ruimte, onmiddellijk grenzende

1) Drucksache t. a. p. bl. 30.

2) In Baden en Gotha wordt gesproken van „öfientliche Anlagen und Lustgürten", in Coburg alleen van „öfientliehe Anlagen", in Bremen van „zum öffentlichen Gebrauch bestimmte Anlagen".

3) In den staat Liibeck worden de grenzen der bebouwde kommen der gemeenten aangewezen door den Senaat (§ 5 lid 2).

Sluiten