Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan de politische Bezirksbehörrle medegedeeld worden '). Indien deze oordeelt, dat geene genoegzame gronden aanwezig zijn, om af te wijken van den primairen regel der openbare verpachting, deelt zij deze hare opvatting mede aan de Statthalterei *), die in dat geval de eindbeslissing geeft „nach Einvernehmung des Landesausschusses". In Stiermarken heeft men zelfs voor het geval van ondershandsche jachtverpachting naar nog meerdere waarborgen gezocht en de wetgever heeft gemeend die hierin te vinden, dat tot geene ondershandsche jachtverpachting mag worden overgegaan, indien niet ten minste twee derden van de aanwezige leden van den Gemeindeausschuss daarvoor zijn en het besluit bevestigd wordt door ten minste drie vierden van de stemmen der ingelanden in het com plex, die tevens het grootste deel in de gezamenlijke grondlasten betalen.

Ook met betrekking tot den duur van de verpachting der jacht in de complexen hebben verschillende buitenlandsche wetgevers eene grens aangelegd. De reden, die hen heeft geleid tot het stellen van zulke voorschriften, is ook hier gelegen in het streven, om eene „pilegliche Ausïibung der Jagd" te bevorderen.

Toch stellen de onderscheidene buitenlandsche wetgevers zich, wat de regeling van den duur der jachtverpachting betreft, op een zeer verschillend standpunt.

Het gemakkelijkst maakt zich van deze quaestie af de Beiersche wet, die er zich in het geheel niet mede in laat en de vaststelling van den pachtduur eenvoudig overlaat aan het orgaan, dat met de verpachting der jacht be-

1) In Karinthië moet het desbetreffende besluit ook ter algemeene kennis gebracht worden.

2) In Karinthië wordt deze mededeeling gericht tot de „Landesregierung''.

Sluiten