Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ieder der belanghebbende grondeigenaren in het complex toekomt (§ 8), en dit aantal stemmen hangt op zijn beurt af van de kadastrale grootte der perceelen, in dier voege, dat de eigenaren van 1 H. A. grond en minder één stem hebben en dat iedere twee H. A. daarboven één stem meer geven (§ 9). Ook de Hamburgsche wet (§ 8 lid 7) vestigt een, zij het ook eenigszins anders geregelde band tusschen de wijze van verdeeling der jachtopbrengst in een complex aan den eenen en de kadastrale grootte der perceelen en het stemrecht, dat den ingelanden in een jachtcomplex toekomt, aan den anderen kant. De normale basis voor de verdeeling vormt ook in Hamburgde oppervlakte der gronden „mit denen sie dem gemeinschaftlichen Jagdbezirke angehören". Zij, die evenwel geen stemrecht in het complex hebben, deelen ook niet mede in de voordeelen van de jacht ').

Verschillen deze regelingen dus in de uitwerking, alle gaan zij uit van het standpunt, dat de vruchten van de jacht ten goede komen aan den grondeigenaar als zoodanig. Een lijnrecht daaraan tegenovergesteld systeem is, dat de jachtopbrengsten in een complex nooit ten goede komen aan de ingelanden als zoodanig. Dit is het geval in S t a r k e nburgen Oberhessen, waar de economische voordeelen uit de jacht gestort worden in de gemeente-kas, waardoor deze alleen wordt gebaat. Artikel 3 dezer wet toch luidt: „Die Gemeinden können die Jagd innerhalb ihrer Gemarkungen nur durch Verpachtung für Rechnung der Gemeinde-kasse

1) Volgens § 8 lid 3 der Hamburgsche wet hebben geen stemrecht de eigenaren Tan de gronden, die „lediglich Gebaude nnd Hofraum sowie Giirten von so geringem Umfange enthalten, dass in Berücksichtigung ihrer Lage auf ihnen Jagdausübung nicht stattfinden kann. Nicht stimmberechtigt sind ferner die Eigentümer von Grundstücken, welche der auf dem gemeinschaftlichen Jagdbezirke stattfindenden Jagdansübung entzogen sind."

Sluiten