Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verder: „Die Jagdrechte haben im Lauf der Jahre infolge der Steigerung ihres Werts für die Gemeinden an Bedeutung ausserordentlich gewonnen und bieten grossenteils für sie eine erhebliche und im Gcmeindehaushalt vielfach ausschlaggebende Ëinnahmequelle. Es liegt im ölïentlichen Interesse, den Gemeinden ein solch wertvolles Objekt möglichst zu erhalten" 4). Zoo duidelijk mogelijk stellen dus zoowel de thans geldende wet als het voorgestelde ontwerp zich op dit standpunt, dat de voordeelen uit de jacht vloeien in de gemeentekas !).

Tusschen deze beide antipoden, het stelsel, dat de voordeelen uit de jacht ten goede komen aan de betrokken grondeigenaren en het andere, dat zij vloeien in de gemeente-kas, nemen eenige jachtwetten een tusschen-standpunt in. Het dichtst bij de Hessische regeling staat wel die in Saksen-Mei ningen (art. 9), waar ook als regel de jachtopbrengsten gestort worden in de gemeente-kas. Indien er evenwel privatieve jachten in engeren zin in het gemeentegebied gelegen zijn, kan de Kreisausschuss op verzoek van de Gemeinde-vertretung bepalen, dat de zuivere opbrengsten onder de ingelanden verdeeld zullen worden naar de grootte der perceelen, hetzij jaarlijks, hetzij na verloop van verscheidene jaren, of dat zij „sonst zu deren Nutzen vervvendet werden".

De Badensche jachtwet (§ 3 lid 5)3) stelt evenals die van L ü b ec k (§ 21) en E 1 z a s-L otharingen (§ 4) op den voorgrond, dat de jacht-opbrengsten worden gestort in

1) Drucksacbe t. a. p. bl. 26.

2) In de Kommission für Agrar-Verhaltnisse (Bericht t. a. p. bl. 26) werd op de groote voordeelen van dit stelsel gewezen.

3) Deze wijze van verdeeling is in overeenstemming met de bewoordingen van § 2 der Badensche jachtwet, waarin bepaald wordt, dat de jacht wordt uitgeoefend door de gemeente „Namens und aufRechnung" van de ingelanden.

Sluiten