Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die betreffenden Gemeinden bei der Beschlussfassung über die Verwendung des Jagdpachterlöses nicht mitwirken dürfen."

Slechts eene kleine afwijking van het stelsel, datdejachtopbrengst den grondeigenaren in het jachtcomplex ten goede komt, houdt ten slotte de Pruisische wet in (§ 25 lid 1). Ook in Pruisen staat als algemeene regel voorop, dat de economische voordeelen uit de jacht, na aftrek der algemeene uitgaven van de Genossenschaft, onder de belanghebbende eigenaren verdeeld worden „nach dem Verhaltnisse desFlacheninhalts der beteiligten Grundstücke". Toch laat de wet eene uitzondering op dezen regel toe: „Sind die Ertrage der Jagd bisher herkömmlich für gemeinnützige Zwecke verwendet worden, kann es hierbei verbleiben; es ist aber jeder Grundeigentümer befugt, die Auszahlung seines Anteils zu verlangen" (§ 25 lid 6) ')• Aan het stilzwijgen van den grondeigenaar verbindt de Pruisische wet dus het gevolg, dat ook hij aan het besluit der meerderheid gebonden wordt en van de hem als grondeigenaar toekomende gelden niets ontvangt. Eene bloote opvordering van het hem toekomende aandeel in de geldelijke voordeelen van de jacht is echter voldoende, om den band tusschen grondeigendom en jachtrecht weer zoo levendig mogelijk aan het licht te doen treden *).

1) In de praktijk vloeien in Pruisen in vele gemeenten de jachtopbrengsten in de gemeente-kas Vooral met het oog daarop bestreed de afgevaardigde Sielermann in de vergadering van het Haus der Abgeordneten van 15 Mei 1907 de tegenwoordig geldende regeling en meer in het bijzonder de enclave-bepalingen. (Verhandl. t. a. p. bl. 5199). Het groote voordeel van het ten goede komen van de jachtopbrengsten aan de gemeente-kassen zag deze afgevaardigde daarin, dat de noodzakelijkheid om verdeelingsberekeningen te maken werd vermeden. Indien nu evenwel eene ingewikkelde enclave-regeling tot stand kwam, kon het niet uitbly ven, of de enclave-eigenaren zouden steeds uitkeering van hun aandeel verlangen en daarmede was het ten goede komen van de gelden aan de gemeente-kas natuurlijk eene onmogelijkheid geworden.

2) Naar de meening van Bruck, t. a. p. bl. 35 moet, indien een

Sluiten