Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Und so lang du das nicht hast, Dieses: Stirb und Werde !

Bist du nur ein trüber Gast Auf der dunklen Erde.''

G o e t h e.

Het is een zoele zomeravond aan de rivier. Eene doffe, drukkende hitte broeit boven uw hoofd. Aan een bank van wolken in de verte schieten electrische trillingen voorbij. Als eene dreigend roode papaverbloem hangt de maan boven de donker wordende wateren.

Dit is het uur der opstanding van een zonderling geslacht. Onhoorbaar, spookachtig verheffen zich uit den stroom nietige, teedere gedaanten, — zoo fijn en doorzichtig, alsof elk van haar slechts uit een kleinste stofje van kleurloos licht geweven ware.

Eerst zijn het er slechts een paar, die wegfladderen en in den zwoelen damp verloren gaan — dan meer, vele — dan : alsof de grauwe stroom een met bloesems overladen lenteboom geworden is, die ontelbare, sneeuwwitte bloemblaadjes in de lucht verspreidt, — duizenden, tienduizenden.

Op den kerktoren in de verte, over de droomerige akkers, slaat het negen uur.

Alsof in dit avonduur eene geheimzinnige tooverkracht ligt, zoo rukt het al deze kleine wezens naar boven in

Sluiten