Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op eeuwigheden van de natuur volgen duizenden jaren van de ontwikkeling der menschheid als beschaving.

Toen bleef datgene, wat van het dier kwam, voortaan niet meer eenvoudig de eeuwig onveranderde erfenis van het dier.

De Madonna van Rafaël, met de gestalte, die, in al hare schoonheid, toch nog het overoude organische beginsel der tweeslachtigheid voorstelt met het kind, dat de moederweelde weergeeft, — zweeft tevens als een vrij voortbrengsel van den geest in eene hoogere, eene bovenaardsche wereld.

Zoo is ook de liefde in de geschiedenis der menschheid hooger en hooger gestegen, als eene steeds vrijere lichtgestalte, beneden welke het dierlijke, de zwaarte van het dierlijke, meer en meer wegzonk.

De mensch werd mensch.

Op zijn toestand als dier werd in hemzelf eene hoogere verdieping opgetrokken, als op een fundament van graniet, dat in het vervolg nog slechts ruwe bouwgrond was.

De verdieping verheft zich thans als een tempel, welks sneeuwwit marmer reikt tot in een verheerlijkt blauw.

Eigenlijke beelden ter vergelijking bestaan daarvoor niet. Uit den overvloed van natuurvormen, van de verwijderde, groenachtig fonkelende nevelvlek uit het heelal tot op de zwavelgele korstmossen op de granietbergen der aarde, is, voor zoover wij weten, slechts ééne enkele menschheid opgegroeid. Of op de eene of andere planeet, die haar rood of wit licht naar ons uitstraalt, iets dergelijks onder den invloed van dezelfde krachten werd opgebouwd: daarover zwijgt de wetenschap, — en wij durven nauwelijks gissingen daaromtrent wagen. Als eene eindelooze kale woestijn is onze „levensplaneet", naar alle kanten in de sterrenwereld, door onze onwetendheid omgeven, waardoor voor ons althans eene practische afzondering geschapen wordt, die elke vergelijking uitsluit.

Maar wel staat ons duidelijk voor oogen, hoe deze eenige, met geen andere te vergelijken, menschheid op deze, hare planeet de begrippen gewijzigd heeft. Ook het begrip der liefde.

Sluiten