Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

arbeidsvermogen met elkaar verbindt, speelt de zoogenaamde „spankracht" eene gewichtige rol, ook in het organisch leven. Daardoor verstaat men het arbeidsvermogen, dat in een lichaam door vroegeren arbeid is opgehoopt en dat er nu in „latenten", verborgen, toestand in aanwezig is, zoodat dit lichaam daardoor in staat wordt gesteld om nieuwen arbeid te verrichten. Trekken wij met onzen arm een zwaar gewicht over eene katrol naar boven, dan is daardoor spierarbeid verbruikt, maar deze bevindt zich nu „latent" in het opgetrokken gewicht als „spankracht," want als het gewicht naar beneden valt, kan het thans een zwaar voorwerp over de katrol naar boven trekken en dus zelf arbeid verrichten.

Zulk arbeidsvermogen in den vorm van „spankracht" is nu ook opgehoopt in het protoplasma, de hoofdmassa van de organische cel, die de draagster is van het leven. Hier hebben het zonlicht en de zonnewarmte arbeid verricht, want daardoor is het opgenomen koolzuur en water in de plant ontleed en zijn in de plant nieuwe organische verbindingen gevormd, in welke het arbeidsvermogen der zonnestralen, in den vorm van „spankracht", verborgen is. Worden die plantenstoffen door het dier als voedsel genuttigd, dan verbindt zich de ingeademde zuurstof met de elementen koolstof en waterstof uit die verbindingen weer tot koolzuur en water, waarbij de chemische spankrachten weer verloren gaan, doch nu omgezet worden in nieuwe vormen van arbeidsvermogen : dierlijke warmte, spierarbeid, hersenarbeid enz., die te zamen de levensverschijnselen uitmaken.

Daar nu de hoeveelheid arbeidsvermogen in het heelal onveranderlijk is, daar dit evenmin vernietigd, als uit niets voortgebracht kan worden, zoo moet ook het arbeidsvermogen, dat thans in de levende cellen aanwezig is, ook reeds vroeger, vóór het ontstaan van het eerste leven, zij het ook in een anderen vorm, in het heelal voorhanden geweest zijn. Daarin vinden wij dus weer een anderen grond voor de meening, dat het leven in een anderen vorm reeds in de anorganische, doode natuur, in eene soort van „latenten" toestand verbor-

Sluiten