Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In den grond eene zeer eenvoudige zaak. Oneindig veel eenvoudiger dan die vraag van de ziel en in werkelijkheid slechts weer eene gevolgtrekking.

Ik had u tot nogtoe van de oergeschiedenis der liefde zooveel verteld, dat gij hebt gezien, hoe in het afzonderlijke celwezen zich een deel als geslachtshoek, als voortplantingshoek, afscheidde. Er ontstond inderdaad, juist met betrekking tot het voortplantingsproces, eene eerste verdeeling van den arbeid: niet meer het geheele mannelijke cellenlichaam viel tot louter zaadcellen uiteen, doch slechts een bepaald gedeelte werd daarmede belast. Bij de hoogere dieren ontwikkelde zich later, zooals wij zagen, dat gereserveerde gedeelte tot een bepaald „voortplantingsorgaan."

Nu hebben wij intusschen geleerd, dat een organisme, zooals het uwe, niet eenvoudig kan vergeleken worden met een ééncellig oerwezen, maar dat gij eene reusachtige sociale gemeenschap zijt van zulke ééncelligen. Elk orgaan in die gemeenschap, en dus ook het voortplantsingsorgaan, is eveneens slechts eene verzameling van cellen, die met de overige in de betrekking der arbeidsverdeeling staan. Het mannelijke geslachtsorgaan is dus eene celafdeeling, die de zaadcellen, bij de verdeeling van der. arbeid, even goed voor alle andere mede-produceert, als bijvoorbeeld de darmafdeeling voor alle verteert, de hersenafdeeling voor de oriënteering van alle cellen zorgt, de ruggemergen beenafdeeling het lichaam doet bewegen enz. En evenzoo is het bij de vrouw met haar eierorgaan.

Sluiten