Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst broeders en zusters zich tot een genootschap vereenigden of ook uit de versmelting van eene mannelijke en vrouwelijke cel bij de bevruchting niet slechts eene echte mannelijke of echte vrouwelijke cel ontstond, maar eene cel, die zich gemengd splitste : deels mannelijk, deels vrouwelijk. Zulk eene gemengde kinderkrijgerij voerde ook tot eene gemengde gemeenschap. Maar al werden hier voortaan zaadcellen en eicellen uit elke cel van den gemengden kogel vrij, zoo maakte dit toch het opzoeken van een tweeden gemengden kogel, ten behoeve van de voortteling, volstrekt niet overbodig. De leden dier gemeenschap waren immers, in weerwil van hunne dubbelslachtigheid, toch echte naaste familieleden en hadden dus opfrissching van het bloed door kruisbevruchting noodig. Dit derde geval is daarom zeer leerzaam, omdat eene massa dieren, en vooral eene overgroote massa planten, ook als hoogere, veelcellige organismen, nog altijd zulke „hermaphrodieten" gebleven zijn, die dus insgelijks, zoo hun geslacht niet te gronde zal gaan, de kruisbevruchting moeten volvoeren en dus telkens de liefde van een tweeden hermaphrodiet moeten zoeken. Ik kom hierop nog later terug.

Voorloopig blijven wij bij het eenvoudige geval: wij hebben een volvoxachtigen kogel, wiens afzonderlijke cellen allen mannelijk zijn en uitsluitend mannelijke zaadcellen afscheiden en een tweeden dergelijken kogel, waar omgekeerd alles vrouwelijk is. Nu begint de werking van die schoone verdeeling van den arbeid, die den ruwen klomp cellen langzamerhand in een geregeld huis verandert. Gij hebt gezien, hoe bijvoorbeeld de huid, de maag en de mond zich vormden, — de arbeidsverdeeling in de cellenkolonie schept deze eerste organen. Waarom zou nu echter, wat daar bij het eten geschiedt, ook niet vroeger of later met de liefde geschied zijn ?

Oorspronkelijk was in elke cel van de gemeenschap de behoefte om te eten en onverteerde stoffen af te scheiden, even goed weggelegd, als de behoefte om zich te verdeelen en

Sluiten