Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heel aardig om de zaak heen gepraat en ik mocht dat doen, omdat het met het geheel slechts in zijdelingsch verband staat. Alleen bleef er eene kleine leemte over.

Nu stuiten wij echter op diezelfde leemte. Zooeven was de vraag : wat bepaalt de geboorte van jongens en meisjes ? Thans is de vraag : wat oefent, van de cellen van het geheele lichaam, in 't algemeen op de voortteling invloed uit ? Gij hebt een bepaalden aangezichtsvorm, dezen vorm van neus, bruine oogen met kenmerkende uitdrukking, eene moedervlek op de linkerwang. Nu brengt gij een kind voort, doch daarbij verdeelt gij niet uw geheele lichaam in twee stukken, waarbij ook uw aangezicht in twee stukken zou verdeeld worden. Neen, gij brengt het voort door afsplitsing van een nietig zaadcelletje, dat met de vrouwelijke eicel versmelt, — en uit het versmeltingsproduct groeit een nieuwe mensch op. Een jongen of een meisje, het waarom ? daarvan weet gij reeds niets. Maar dat daargelaten stel. het is een jongen. Hij komt ter wereld ... hij heeft sprekend uwe trekken, dezelfde oogen, dezelfde moedervlek. Hoe is dat tot stand gekomen? Hadt gij u werkelijk als een ééncellig oerdier geheel in twee helften gesplitst, zoodat uw kind uw ééne oog en, met de éene wang, wellicht de moedervlek had meegekregen, dan zou daarin niets vreemds gelegen hebben. Maar nu? In plaats van eene geheele verdeeling in twee deelen, wordt slechts een nietig zaadcelletje afgescheiden, hetgeen het gevolg is van : ten eerste de processen in onze historie der oerdwergen, ten tweede het sociale verband van tallooze cellen in uw lichaam, ten derde de arbeidsverdeeling in die cellengemeenschap, die u een afzonderlijk geslachts orgaan verschaft heeft. Dit orgaan concentreert de geheele kracht in zich van de geslachtelijke voortplanting uwer celgemeenschap en, terwijl het een zaadcelletje afscheidt, verricht het, als het ware, zinnebeeldig

nog eens het gansche splitsingsproces van uw geheele lichaam.

En nu is het wonderbaar, dat het blijkbaar het vermogen bezit, om in deze enkele nietige zaadcel somtijds het geheele

Sluiten