Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijne beurt de darm weg. En het drama van het moederschap gaat snel ; als de eieren nog niet eens werkelijke jongen geworden zijn, is het geheele moederdier reeds niets anders meer dan een bruin omhulsel, dat dood in de wortelhuid zit. Na eenigen tijd valt het hulsel als eene rijpe vrucht geheel van den wortel af, — en nu wordt het eindelijk door de jonge wormpjes doorgebroken, die in het zwarte aardrijk naar buiten krioelen en opnieuw een beetwortel opzoeken. De mannetjes, die uit hun voedende bieten-vaderland verbannen werden, zijn eveneens reeds lang bezweken. En ten slotte gaat, als laatste hoofdstuk van het drama, ook nog de gansche, groote beetwortel aan algemeenen stilstand van den groei, aan „bietenmoeheid", te niet, — de ondergang der wereld.

Een ander beeld in den kaleidoscoop. De Sphaerularia bom bi. Met een bom en met anarchisten heeft zij niets uit te staan. Bombus beteekent: hommel. Dus: het hommelaaltje.

Kent gij het volkssprookje van den rijstenbrijpot, die betooverd was en maar steeds verder moest koken, totdat de tooverspreuk klonk, die er een eind aan zou maken ? Die spreuk had men vergeten en nu kookte hij maar steeds voort, totdat het gansche dorp onder de zoete rijstenbrij bedolven was. De vreeselijke historie, die ik u nu moet vertellen, doet ons daaraan denken, maar zij is nog veel erger, hoewel het begin zoet en liefelijk klinkt als eene lente-idylle.

De jonge hommelaaltjes leven ver van hommels, ver van goed en kwaad en van rijstenbrij, in de aarde, worden daar rijp en hebben elkaar lief. De bevruchting der eieren in het lichaam van het wijfje heeft plaats gehad en het wijfje sterft. Maar nu begint, nog heel achterna, de dolzinnigste tocht a la Jules Verne in de wormenwereld.

Sluiten