Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Over de wormen in het algemeen kan men nog menig zonderling hoofdstuk van de liefde schrijven, Zoo hebt gij in de buurt van de aaltjes nog een draadworm: Syngamus trachedlis, wiens naam is afgeleid van het Grieksche s y n = samen en g a m o s = huwelijk. En inderdaad is dit dan ook een schepsel, dat het huwelijk wanhopig ernstig opneemt. Het levert tegelijk een aardig voorbeeld van de waarheid, dat men overal kan wonen. Stel, dat gij een haartje in het verkeerde keelgat hebt, zoodat gij bijna stikt van het hoesten. En denk u op dit oogenblik, dat het haartje tot een levenden worm uitgroeit, die uw luchtpijp tot geregelde woonplaats, kosthuis en liefdesverblijf uitgekozen had. Dit geval doet zich werkelijk voor bij een groot aantal vogels : eksters, spechten, fasanten, eenden en zelfs kamervogels, welke in den benijdenswaardigen toestand verkeeren, op deze geschiktste plaats door den Syngamus bewoond te worden. Als kleine, vuurroode worstjes in een schoorsteen, zoo hangen de wormen in de groote ventilatiebuis der luchtpijp en zij brengen het onder sommige omstandigheden zoover, dat zij dit kanaal geheel verstoppen, zoodat de vogel stikt. En dit geval kan zich zeer licht voordoen, want men vindt den volwassen Syngamus altijd in dubbelvorm zoodanig, dat het mannetje zijn leven lang met zijne geslachtsopening aan die van het wijfje vastgezogen blijft. Gij hebt hier het dier voor u, waarvan men met weinig overdrijving kan zeggen, dat het in „eeuwige bevruchting" leeft. Schijnbaar nog slechts een stap: en de geslachten zouden werkelijk weer samengroeien en uit man en vrouw zou ten slotte weer een hermaphrodiet ontstaan, — waarmee dan trouwens, in den zin van de bekende grondwet, de onmiddellijke bevruchting eensklaps zou ophouden en een tweede hermaphrodiet zou opgezocht moeten worden.

Sluiten