is toegevoegd aan uw favorieten.

Het leven der liefde in de natuur

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Overal waar gij gaat en staat, op en af, aan de deuren der cellen, in de diepten, de groote burchtpoort uit- en invliegend: alles niets dan — Vestaalsche maagden. Gij telt er duizenden en nog eens duizenden. In een korf zijn er meestal tusschen tien- en dertigduizend. Zeer duidelijk merkt gij nu op, dat bij haar werkelijk, in weerwil van haar gedegenereerd geslacht, ééne zaak niet gedegenereerd is: de moederliefde. Met aandoenlijke voorzorg worden de talrijke jongen van den korf in de kinderkamertjes gevoederd en bewaakt, totdat zij eindelijk als voltooide bijtjes uit hare wieg kruipen. Maar deze jongen, dat zijn opnieuw Vestaalsche maagden, met volkomen weggekwijnd geslacht. Zij vullen de gapingen aan, die de dood in de rijen der, reeds voorhandenen, heeft aangericht. Spoedig zijn zij zelf rijp voor den arbeid, vliegen uit, brengen voorraad mede naar huis, verplegen het, intusschen nieuw gevormde, volgende kindergeslacht! Doch steeds dezelfde vraag: vanwaar die nieuwe kinderzegen ?

De ooievaar brengt dien hier blijkbaar zonder de medewerking van de Vestaalsche bijengeneratie zelf. In den zomer is de normale levensduur van zulk eene Vestaalsche gewoonlijk zes weken. Maar in die zes weken woont zij, om haar heen in den korf, eene onafgebroken kinderproductie bij, die elk sterfgeval dadelijk aanvult. De geringe duur veroorlooft een nauwkeurig overzicht. Het gebeurt niet op die wijze, dat alle of een deel der Vestaalsche maagden vóór haar dood nog zoo weer eens een oogenblik haar geslacht terugkrijgen. Geen denken aan. Zij groeien in één der kindercellen op, worden door, reeds oudere, Vestaalschen verzorgd, doorloopen als insect hare natuurlijke ontwikkeling als wormachtige larve en ingesponnen popje, werken zelf weer mede aan de kinderverpleging van andere generaties — en sterven ter harer tijd, als Vestaalschen geboren, als Vestaalschen door het leven verbruikt, als Vestaalschen weer door den dood weggerukt. Neen, er is geen twijfel mogelijk : al zijn zij kinder meisjes van beroep en van den eersten rang :