Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Om dit samenvallen te uiten, worden woorden gekozen, en, al is het waar, dat het kind zelve wel woorden bedenkt voor elk samenvallen, het is natuurlijk van het hoogste gewicht, dat het kind zoo spoedig mogelijk de conventioneele namen voor elk samenvallen leert kennen en gebruiken. Daarom omvat de eerste rubriek rekenkundige leerstof het tellen der hoeveelheden en het benoemen der aantallen (getallen)i ').

Met het oog op de practijk moeten deze algemeene eischen echter nader uitgewerkt worden. Wat nu het tellen betreft, dit geschiedt bij kleinere hoeveelheden, door het oog of de hand over de samenstellende eenheden te laten gaan, bij grootere hoeveelheden echter, door een vast aantal eenheden te vereenigen tot een nieuwe eenheid (verzameleenheid); zal derhalve het rekenonderwijs in het eerste leerjaar werkelijk voorbereiden tot dat in de volgende leerjaren, dan moet het de eerste verzamel-eenheid in haar eerste gebruik leeren kennen, zoodat het zich om het tellen heeft uit te strekken tot 20 2).

Wat het benoemen der opgemerkte aantallen betreft, de

') Door namen te geven aan het samenvallen van oog-(hand )motorische gewaarwordingen en herinneringsbeelden verbinden zich met de hand- en oog-motorische gewaarwordingen gehoorsgewaarwordingen en later (bjj het uitspreken van die namen) nog spraak-motorische gewaarwordingen.

2) Dat deze verzamel-eenheden absoluut noodig zijn. blijkt wel hieruit, dat het onmogelijk is, het aantal figuren op het behang (het aantal steenen op den vloer, enz.) zonder groepeering te tellen. Waar groepeering practisch onmogeljjk is (vliegende vogels, zwemmende visschen. enz.) is het dan ook niet doenljjk het aantal met zekerheid te bepalen, zelfs niet, als dit 8 of 10 bedraagt. De noodzakelijkheid van verzamel-eenheden is in overeenstemming hiermede vroeg gevoeld: de Romeinen bezigden het teeken V voor vijf, de Chineezen daarentegen een dwarse streep. zoodat b.v. rrr achI voorstelde.

Sluiten